Translatie en eiwitsynthese
Publiek
Woorden in deze lijst (11)
Origineel
- Translatie
- De koppeling van aminozuren aan elkaar tot eiwitten door een ribosoom, in een volgorde die wordt bepaald door een mRNA-molecuul.
- Codon
- Drie opeenvolgende nucleotiden in een mRNA-molecuul die samen coderen voor één aminozuur.
- Genetische code
- De vertaling van de nucleotidevolgorde in het mRNA naar de volgorde van aminozuren in een eiwit.
- Tripletcode
- Een groep van drie nucleotiden die correspondeert met een specifiek aminozuur.
- Startcodon
- De tripletcode AUG waarmee de synthese van een aminozuurketen altijd start.
- Stopcodons
- Drie tripletcodes die niet coderen voor een aminozuur, waardoor de eiwitsynthese bij deze codes stopt.
- tRNA
- Transfer-RNA; moleculen die aminozuren uit het cytoplasma binden en vervoeren naar een ribosoom.
- Anticodon
- Drie nucleotiden op een van de lussen van een tRNA-molecuul die zich door basenparing kunnen binden aan een complementair codon van een mRNA-molecuul.
- Ribosomen
- Organellen opgebouwd uit rRNA-moleculen en eiwitten die aminozuren aan elkaar koppelen tot polypeptideketens.
- Release-factor
- Een speciaal eiwitmolecuul dat bindt aan het stopcodon in mRNA, waardoor de aminozuurketen loslaat van het ribosoom.
- Proteasen
- Enzymen die eiwitten vernietigen die niet de juiste vorm hebben en daardoor hun functie niet kunnen uitvoeren.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–