Welke begrippen moet je kennen?
Publiek
Woorden in deze lijst (65)
Origineel
- afzetmarkt
- Het aantal klanten dat producten en diensten wil kopen.
- arbeidsintensieve industrie
- Bedrijf dat veel arbeiders nodig heeft.
- arbeidsmigrant
- Iemand die voor zijn werk (tijdelijk) in een ander gebied gaat wonen.
- bevolkingsdiagram
- Staafdiagram met de leeftijdsopbouw van de bevolking.
- bevolkingskenmerk
- Kenmerk van de bevolking van een gebied. Er zijn vier groepen: demografische, economische, culturele en politieke kenmerken.
- bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per hoofd van de bevolking.
- bondsstaat
- Een land met één centrale regering met daarnaast in elke deelstaat een eigen regering. Heet ook federatie.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners in een land in een jaar samen verdienen.
- chaebol
- Groot Koreaans familiebedrijf.
- communistisch land
- Land waar één partij de macht heeft en waar de staat alle bedrijven bezit en bepaalt welke producten worden gemaakt.
- consumptiegoederen
- Goederen die direct kunnen worden gebruikt, zoals voedsel, kleding en huishoudelijke apparaten.
- dekolonisatie
- Het onafhankelijk worden van koloniën.
- demografisch kenmerk
- Kenmerk dat gaat over de omvang en samenstelling van de bevolking.
- demografisch transitomodel
- Model dat de overgang laat zien van een samenleving met hoge geboorte- en sterftecijfers naar lage geboorte- en sterftecijfers.
- demografische druk
- De verhouding tussen de productieve en de niet-productieve leeftijdsgroep.
- dictatuur
- Staatsvorm waarin één persoon de absolute macht heeft.
- dienstensector
- Alle bedrijven die diensten verlenen. Je kunt de sector indelen in de commerciële dienstverlening (tertiaire sector) en de niet-commerciële dienstverlening (quartaire sector).
- duurzame stad
- Stad waarin wordt geprobeerd minder te vervuilen, meer te recyclen en meer gebruik te maken van hernieuwbare energie.
- economisch kenmerk
- Kenmerk dat gaat over werk en geld.
- economisch systeem
- Manier waarop in een staat de productie van goederen is geregeld.
- exclusieve economische zone (EEZ)
- Een strook van 200 zeemijl die wordt beheerd door de kuststaat en waar deze staat ook de visserijrechten heeft en het recht om grondstoffen te winnen.
- exploitatiekolonie
- Kolonie die door (meestal) Europeanen werd gebruikt om er zelf voordeel van te hebben.
- federatie
- Zie bondsstaat.
- fysisch milieu
- De natuurlijke omgeving.
- grijze druk
- De verhouding tussen de groep 65-plussers en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- groene druk
- De verhouding tussen de groep van 0- tot 20-jarigen en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- grondstofgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn dicht bij de vindplaats van de grondstoffen of bij de plek waar die goedkoop kunnen worden aangevoerd.
- handelsbalans
- De waardeverhouding tussen de totale invoer en de totale uitvoer van een land.
- hightechindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- human development index (hdi)
- Cijfer dat aangeeft hoe hoog een land scoort op het bnp per inwoner, de levensverwachting en het aantal jaren scholing. Heet ook index menselijke ontwikkeling (imo).
- importsubstitutie
- Producten die eerst werden ingevoerd, nu zelf gaan maken.
- index menselijke ontwikkeling (imo)
- Zie human development index (hdi).
- internationale arbeidsverdeling
- De verdeling van het werk over de verschillende landen.
- kapitalistisch land
- Land waar de productie wordt geleid door particuliere ondernemers (die zelf voor hun eigen onderneming bepalen wat ze produceren en hoeveel). Heet ook vrijemarkteconomie.
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- laagland
- Gebied met een hoogte ligging lager dan 200 m.
- lageloneland
- Land met lage arbeidskosten.
- landklimaat
- Klimaat waarbij de gemiddelde temperatuur in de warmste maand hoger is dan 10 °C en in de koudste maand lager is dan −3 °C.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.
- lichte industrie
- Bedrijven in de secundaire sector die voor hun productie veel halffabricaten gebruiken.
- locatiefactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook vestigingsplaatsfactor.
- marktgebonden industrie
- Bedrijven die gevestigd zijn in de buurt van hun afzetmarkt.
- planeconomie
- Economisch systeem waarin de productie door de staat wordt bepaald, en waarbij voor elk bedrijf een productieplan wordt gemaakt waarin staat wat ze produceren en hoeveel. Heet ook communistisch productiesysteem.
- politiek kenmerk
- Kenmerk dat gaat over het bestuur van een land.
- primaire sector
- Werk waarbij producten rechtstreeks uit de natuur worden gehaald.
- primate city
- Stad die veel groter en belangrijker is dan elke andere stad in het land.
- quartaire sector
- Niet-commerciële dienstverlening, zoals gezondheidszorg, onderwijs, defensie, brandweer en rechtspraak.
- schiereiland
- Gebied dat aan drie kanten is omringd door zee.
- secundaire sector
- Werk waarbij producten uit de primaire sector worden bewerkt.
- smart city
- Stad waarin de overheid digitale technologie inzet om de stad aantrekkelijker, duurzamer en leefbaarder te maken.
- sociaal-cultureel kenmerk
- Kenmerk dat gaat over gebruiken van mensen, zoals taal, godsdienst en omgangsvormen.
- staat
- Een gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).
- staatsvorm
- De manier waarop een staat wordt bestuurd.
- territoriale wateren
- Een strook van 12 zeemijl uit de kust waar de kuststaat de baas is.
- tertiaire sector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met de commerciële dienstverlening.
- urbanisatiegraad
- Het percentage mensen dat in een stad woont. Heet ook verstedelijkingsgraad.
- urbanisatietempo
- De snelheid waarmee de urbanisatiegraad toeneemt.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- verstedelijkingsgraad
- Zie urbanisatiegraad.
- vestigingskolonie
- Overzees gebiedsdeel waar de (meestal) Europeanen zich blijvend gingen vestigen.
- vestigingsplaatsfactor
- Zie locatiefactor.
- vrijemarkteconomie
- Economisch systeem waarin bedrijven eigendom zijn van ondernemers die zelf bepalen wat ze maken of welke diensten ze aanbieden. Heet ook kapitalistisch productiesysteem.
- vruchtbaarheidscijfer
- Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt.
- zware industrie
- Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–