Al se2 hf1
Publiek
6keer geoefend
Woorden in deze lijst (55)
Origineel
- aardkorst
- De stijve, harde buitenkant van de aarde.
- asthenosfeer
- Het deel van de mantel tussen de ondermantel en de lithosfeer.
- basalt
- Stollingsgesteente dat ontstaat door snelle afkoeling van lava bij een vulkaanuitbarsting.
- graniet
- Stollingsgesteente dat ontstaat door langzame afkoeling van magma in de aardkorst.
- lithosfeer
- De buitenste schil van de aarde, bestaande uit de aardkorst en het vaste, buitenste gedeelte van de aardmantel.
- mantel
- Deel van de aarde tussen de kern en de aardkorst.
- viscositeit
- en maat voor de stroperigheid van een stof.
- fossiel
- Versteende resten of afdrukken van bacteriën, planten en dieren in gesteenten.
- geologische tijdschaal
- De indeling van de 4,6 miljard jaar durende geschiedenis van de aarde in geologische tijdperken.
- gesteentekringloop
- Proces waarbij gesteenten op geologische tijdschaal continu worden afgebroken en weer gevormd en waarbij het ene hoofdtype gesteente wordt omgezet in het andere hoofdtype gesteente.
- kalksteen
- Sedimentgesteente dat bestaat uit samengeperste en aan elkaar gekitte calcietskeletjes van zeeorganismen.
- leisteen
- Metamorf gesteente dat is ontstaan uit schalie en/
of kleisteen. - marmer
- Metamorf gesteente dat is ontstaan uit kalksteen.
- metamorf gesteente
- Verzamelnaam voor gesteente dat is ontstaan onder hoge druk en bij hoge temperaturen uit sedimentgesteente en/
of stollingsgesteente. - pyroclastica
- Verzamelnaam voor asdeeltjes en klodders lava van verschillende grootte en vorm.
- sedimentgesteente
- Verzamelnaam voor gesteente dat bestaat uit lagen afzettingen van bijvoorbeeld zand, klei, kalk of grind.
- stollingsgesteente
- Verzamelnaam voor gesteente dat ontstaat door afkoeling en stolling van magma.
- zandsteen
- Sedimentgesteente dat bestaat uit op elkaar geperste en aan elkaar gekitte zandkorrels.
- actualiteitsprincipe
- Het principe dat ervan uitgaat dat processen en verschijnselen in de natuur in het verleden en het heden dezelfde zijn.
- mid-oceanische rug
- Onderzeese gebergteketen die ontstaan is doordat mantelmateriaal midden in de oceanen over een grote lengte omhoogkomt.
- bekken
- Lagere delen in de aardplaten die door de verschillende rek- en compressiekrachten in de platen als geheel langzaam naar beneden bewegen of een laagte vormen.
- compressie
- Proces van samendrukking dat ontstaat door het naar elkaar toe bewegen van lithosferische platen.
- convectiestroom
- De zeer langzame beweging van mantelmateriaal in de aarde.
- convergente plaatgrens
- Grens tussen twee platen die naar elkaar toe bewegen.
- divergente plaatgrens
- Grens tussen twee platen die van elkaar af bewegen.
- effusieve eruptie
- Rustige vulkaanuitbarsting van magma met weinig tot geen water erin. Dit magma heeft vaak een wat lager silicagehalte, waardoor de viscositeit ook lager is.
- explosieve eruptie
- Heftige vulkaanuitbarsting van magma met water erin, onder invloed van hoge druk (door waterdamp) in de magmakamer. Dit magma heeft vaak een wat hoger silicagehalte, waardoor de viscositeit ook hoger is.
- horst
- Hoger gelegen gebied tussen twee breuken.
- paleogeografie
- Wetenschap die de ligging en de beweging van aardplaten, en de daarmee samenhangende verdeling van land en zee en de ligging van gebergten, rivieren en kustlijnen door de geologische tijd heen bestudeert.
- platentektoniek
- De processen waarbij platen ontstaan, bewegen en verdwijnen.
- plooiingsgebergte
- Gebergte dat is ontstaan door de plooiing van delen van de aardkorst door compressie.
- rek
- Proces van oprekken van een lithosferische plaat.
- ridge push
- Het proces dat onder invloed van de zwaartekracht de oceanische plaat van de hete en hoog liggende mid-oceanische rug afglijdt, over de asthenosfeer.
- riftschouder
- Een langgerekte, bergachtige, hoger liggende zone, aan weerszijden van een riftvallei, die ontstaat onder invloed van de hitte van het magma vlak onder de lithosfeer.
- riftvallei
- Een langgerekte vallei die ontstaat, doordat bij een divergente plaatgrens blokken langs breuklijnen naar beneden zakken.
- slab pull
- Het proces dat onder invloed van de zwaartekracht een afgekoeld en zwaar geworden deel van een oceanische plaat wegzakt in de asthenosfeer. De oceanische plaat trekt daarbij een hele aardplaat mee. Dit is de belangrijkste aandrijvende kracht van de platentektoniek.
- slenk
- Een laagte die ontstaat doordat een blokvormig deel van de aardkorst wegzakt langs breukvlakken.
- subductie
- Het onder invloed van de zwaartekracht wegzakken van een oceanische plaat in de asthenosfeer, onder een andere plaat.
- subductiezone
- Het gebied waar een afgekoelde oceanische plaat door de zwaartekracht de mantel inzakt onder een andere oceanische plaat of onder een continentale plaat.
- transforme plaatgrens
- Grens waar platen langs elkaar schuiven.
- trog
- Langgerekte, diepe kloof langs de rand van duikende oceanische platen.
- vulkanisme
- Verschijnsel waarbij heet magma uit de diepe ondergrond naar boven beweegt.
- basaltstroom
- Een lavastroom van basalt.
- caldera
- Zeer grote vulkaankrater die is ontstaan door het instorten van het dak van een magmakamer die is geleegd tijdens een explosieve vulkaanuitbarsting.
- epicentrum
- Plaats aan het aardoppervlak loodrecht boven het hypocentrum.
- hotspot
- Het bovenste deel van een mantelpluim aan de onderkant van de lithosfeer.
- hypocentrum
- De plek in de ondergrond waar de aardbeving ontstaat.
- lava
- Magma dat aan het aardoppervlak komt.
- magmakamer
- Herkomstgebied van magma in de aardkorst.
- mantelpluim
- Enorme hoeveelheden opstijgend heet mantelmateriaal dat in een pluim waarschijnlijk vanaf de buitenkern tot aan het aardoppervlak reikt.
- momentmagnitudeschaal
- Een logaritmische schaal om de hoeveelheid energie weer te geven die vrijkomt bij een aardbeving, weergegeven in een getal, de magnitude.
- schildvulkaan
- Vulkaan met een brede basis en zeer flauwe hellingen die uit lava is ontstaan die een lage viscositeit heeft.
- seismologie
- Wetenschap die aardbevingen en aardbevingsgolven bestudeert.
- stratovulkaan
- Vulkaantype met steile hellingen waarvan de kegel is opgebouwd uit afwisselend as- en lavalagen.
- tsunami
- Hoge golf bij de kust die ontstaat door een aardbeving in de oceanische lithosfeer.