Katern 7 Welvaart en groei - 4/5/6 vwo (7e editie) - 1.2 De economische kringloop
Publiek
Woorden in deze lijst (11)
Origineel
- reële kringloop
- Goederen- en dienstenstromen in een economie tussen de sectoren gezinnen, bedrijven, financiële instellingen, overheid en buitenland.
- monetaire kringloop
- Geldstromen in een economie tussen de sectoren gezinnen, bedrijven, financiële instellingen, overheid en buitenland.
- import (waarde)
- De waarde van de ingevoerde goederen en diensten en de aan het buitenland betaalde primaire inkomens.
- export (waarde)
- De waarde van de uitgevoerde goederen en diensten en de van het buitenland ontvangen primaire inkomens.
- macro-economische identiteiten
- Een economische vergelijking die logischerwijs altijd waar is. Er zijn er drie. (1) Y = C + B + S. (2) Y = C + I + O + E – M. (3) (B – O) + (S – I) = (E – M).
- particulier spaarsaldo
- Het saldo van de sector gezinnen en de sector bedrijven (particuliere sector). Ofwel: (S – I).
- uitvoersaldo
- Het saldo van de sector buitenland. Ofwel: (E – M).
- nationaal spaarsaldo
- Het saldo van de sectoren gezinnen, bedrijven en overheid. Ofwel: (B – O) + (S – I).
- finale bestedingen
- Bestedingen van gezinnen (Consumptie), bedrijven (Investeringen), overheid (Overheidsbestedingen) en buitenland (Export – import) in een economie.
- bestedingsmethode
- Berekenen van bruto binnenlands product door alle finale bestedingen bij elkaar op te tellen.
- reëel bbp
- Een correctie van het nominale bbp met de wijzigingen in het prijsniveau (inflatie of deflatie) sinds het jaar dat als uitgangspunt is gekozen, het basisjaar.