Begrippenlijst §6 Verzuiling en ontzuiling van Nederland
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Verzuiling
- De verdeling van de samenleving in groepen met een eigen politieke of godsdienstige overtuiging: iedere zuil heeft zijn eigen politieke partij, krant en verenigingen.
- Doorbraak
- Het opheffen van de scheiding tussen de zuilen in de politiek en in de samenleving.
- PvdA
- Partij van de Arbeid, een politieke partij die in 1946 werd opgericht om de verzuiling te doorbreken.
- KVP
- Katholieke Volkspartij, een politieke partij voor katholieken die na de Tweede Wereldoorlog werd opgericht.
- CHU
- Christelijke Historische Unie, een van de protestantse politieke partijen die na de Tweede Wereldoorlog terugkwamen.
- ARP
- Anti-Revolutionaire Partij, een van de protestantse politieke partijen die na de Tweede Wereldoorlog terugkwamen.
- Rooms-rode coalities
- Regeringen na de Tweede Wereldoorlog waarin de katholieken (rooms) en de socialisten (rood) samenwerkten om van Nederland weer een welvarend land te maken.
- Verzorgingsstaat
- Een staat waarin de overheid zorgt voor uitkeringen voor ouderen, zieken en arbeidsongeschikten.
- Ontzuiling
- Het verminderen en verdwijnen van de invloed van de zuilen (de groepen met een eigen politieke of godsdienstige overtuiging).
- Ontkerkelijking
- Mensen gaan minder of niet meer naar de kerk.
- FNV
- Federatie Nederlandse Vakverenigingen, een fusie van de katholieke en socialistische vakbonden.
- CDA
- Christen Democratisch Appèl, de politieke partij waarin de KVP, CHU en ARP in 1980 samengingen.
- Bijzonder onderwijs
- Katholieke en protestantse scholen die een overblijfsel zijn van de verzuiling.
- Individualisering
- Niet de groep waar iemand bij hoort, maar het individu (de persoon zelf) bepaalt wat goed voor hem is.