3. Leefbaarheid in Nederland
Publiek
Woorden in deze lijst (53)
Origineel
- afwenteling in ruimte
- Het overdragen van milieuproblemen en sociaal-economische problemen aan andere gebieden.
- agglomeratie
- Een stad met daaraan vastgegroeide voorsteden en dorpen.
- belevingseconomie
- Economie waarbij niet het product of de dienst centraal staat, maar de beleving ervan door de klant.
- bewonerskenmerk
- Eigenschap van de mensen in een buurt of wijk, zoals huishoudenstype, inkomen en leeftijd.
- centrale stad
- De belangrijkste stad in een agglomeratie.
- circulaire economie
- Economie waar niets wordt weggegooid en alles wordt hergebruikt.
- compactstadbeleid
- Beleid om meer woningen te bouwen in en tegen de stad aan.
- creatieve stad
- Stad met veel nieuwe ontwikkelingen en innovatieve activiteiten. Een relatief groot aandeel van de stedelijke beroepsbevolking werkt in creatieve en culturele beroepen en bedrijfstypen.
- demografische krimp
- Afname van de bevolking in een bepaald gebied. Heet ook bevolkingskrimp.
- drempelwaarde
- Het minimum aantal mogelijke klanten of bezoekers dat een voorziening nodig heeft om te kunnen blijven bestaan.
- duurzame stad
- Stad die zo duurzaam mogelijk probeert te zijn, bijvoorbeeld door het verbruik van natuurlijke hulpbronnen zo laag mogelijk te houden door de inzet van hernieuwbare grondstoffen (bijvoorbeeld duurzame energie en bouwmaterialen) en de milieuvervuiling zo klein mogelijk te houden.
- energietransitie
- Overgang van het gebruik van fossiele energiebronnen naar duurzame energiebronnen.
- gentrificatie
- Het proces van opwaardering van een wijk, waarbij het aantrekken van kapitaalkrachtige nieuwe bewoners/
gebruikers gepaard gaat met de verdrijving van de lagere sociaal-economische klassen uit die wijk. - groeikern
- Door de overheid aangewezen gemeente op niet al te grote afstand van een grote stad die de suburbanisatie moet opvangen.
- herstructurering
- Proces waarbij een verouderd en verloederd gebied in de stad planmatig en meestal grootschalig wordt vernieuwd. Vaak verandert daardoor de functie van het gebied.
- huishoudenstype
- De omvang en samenstelling van een huishouden, zoals een eenoudergezin of een stel zonder kinderen.
- huishoudverdunning
- Afname van het gemiddelde aantal mensen dat samen in een huis woont.
- kenniseconomie
- Economie waarin een belangrijk deel van de economische groei en innovaties voortkomt uit (wetenschappelijke, technische) kennis.
- landschapsvervuiling
- Plaatsing van objecten of het nemen van maatregelen die het landschap verstoren.
- leefbaarheid
- Mate waarin een gebied, zoals een woonwijk, geschikt en prettig is om in te leven.
- milieuvervuiling
- Verontreiniging van bodem, water of lucht door uitstoot van schadelijke stoffen door de mens.
- mobiliteit
- De verplaatsing van mensen en goederen met behulp van een vervoermiddel.
- objectieve/
onveiligheid - Gemeten en geregistreerde criminaliteit in de openbare ruimte (waaronder diefstal, vernieling, mishandeling en ernstige overlast).
- onderhoud
- Mate waarin de openbare ruimte tijdig wordt opgeruimd, schoongemaakt en hersteld.
- openbare ruimte
- Grondgebied in de gemeente dat eigendom en in beheer is van de overheid en dat in principe voor alle burgers toegankelijk is.
- overzichtelijkheid
- Mate waarin de openbare ruimte is ingericht zonder obstakels die het zicht belemmeren.
- publiek-private/
samenwerking/ pps - Samenwerking van particuliere organisaties, bedrijven en overheden waarbij kennis en kapitaal worden gedeeld om een zo goed mogelijk resultaat te behalen en om de baten en lasten van projecten rechtvaardig over de samenleving te verdelen.
- reikwijdte
- De maximale afstand die mensen willen reizen om gebruik te maken van een voorziening.
- re-urbanisatie
- Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.
- ruimtelijke ordening
- Het maken van plannen over de (her)inrichting van de ruimte in een gebied.
- ruimtelijke segregatie
- Ruimtelijke scheiding van kansarme en kansrijke (etnische) groepen in een stad of gebied.
- sciencepark
- Een gebied, vaak bij een universiteit, waar hoger onderwijs, hoogwaardig onderzoek en kennisintensieve bedrijven bij elkaar zitten, wat mogelijkheden schept om van elkaars aanwezigheid en kennis gebruik te maken.
- smart city
- Stad die door de inzet van slimme technologie (ICT), creativiteit, innovatie en kennis aantrekkelijker, duurzamer en leefbaarder wil worden.
- sociale cohesie
- De onderlinge in een maatschappij, zoals die van een land of een wijk of buurt, waaruit blijkt of mensen veel of goed met elkaar kunnen en willen omgaan.
- sociale (on)veiligheid
- Bescherming of het gebrek daaraan, of het zich (niet) beschermd voelen tegen gevaar dat veroorzaakt wordt door of dreigt van de kant van menselijk handelen in de openbare ruimte. Er wordt onderscheid gemaakt in subjectieve en objectieve veiligheid.
- sociale polarisatie
- Toename van de sociaal-economische tegenstellingen tussen groepen mensen met verschillende sociaal-economische achtergronden.
- stadsgewest
- Stad met voorsteden eromheen die onderling veel contact hebben.
- stadsvernieuwing
- Proces van het opknappen van woningen en de openbare ruimte in stadswijken.
- stedelijk gebied
- Stadsgewesten die (bijna) aan elkaar zijn vastgegroeid.
- stedelijk netwerk
- Groep steden die onderling sterk verbonden is door contacten tussen overheden, bedrijven en instellingen.
- subjectieve (on)veiligheid
- Mate waarin iemand zich in zijn woon- en leefsituatie door misdrijven, overtredingen en ernstige overlast al dan niet bedreigd voelt.
- suburbanisatie
- De verstedelijking van het platteland door migratie vanuit de stad.
- toegankelijkheid
- Mate waarin de openbare ruimte vrij en goed te gebruiken is.
- toezicht
- Mate waarin de openbare ruimte in het oog wordt gehouden met bijvoorbeeld camera's, buurtteams of wijkagenten.
- transformatie
- Het door een verbouwing veranderen van de functie van bestaande gebouwen, zoals leegstaande bedrijfs-panden die worden omgebouwd tot woningen.
- urbanisatie
- Stijging van het percentage mensen dat in de stad woont.
- verzorgingsgebied
- Het gebied rondom een stad dat voor alle stedelijke voorzieningen is aangewezen op die stad.
- Vinex
- Nota van de overheid voor de ruimtelijke ordening in Nederland. Afkorting van Vierde Nota Ruimtelijke Ordening Extra.
- Vinex-wijk
- Grootschalige nieuwbouw woningbouwlocatie aan de rand van een stad, vooral bedoeld om aan de groeiende vraag naar woningen in (de buurt van) de stad te kunnen voldoen.
- voorzieningenniveau
- Het aanbod van bedrijven, activiteiten en diensten in een bepaald gebied.
- wijk-/
buurtprofiel - Typering van een wijk of buurt met daarin de woning-kenmerken, bewonerskenmerken en de kenmerken van de woonomgeving. Er worden zowel objectieve als subjectieve gegevens opgenomen.
- woningkenmerk
- Eigenschap van woningen, zoals woningtype, ouderdom, eigendom en woningwaarde.
- woningtype
- De soort woning, zoals een portiekflat (hoogbouw) en een rijtjeswoning (laagbouw).