Begrippenlijst 2
Publiek
Woorden in deze lijst (125)
Origineel
- ideologie
- Het geheel van ideeën en gedachten van een bepaalde stroming, een bepaalde manier van denken, vaak iets waarwin iemand gelooft.
- individualiseren
- Het meer op zichzelf richten; los staan van mensen.
- indoctrinatie
- Proberen bepaalde ideeën of een ideologie in te prenten bij anderen.
- industrializatie
- Invoeren van industrie.
- industrie
- Grootschalige vorm van productie die gebruikmaakt van fabrieken en machines.
- Industriële Revolutie
- Overgang van een samenleving waarin landbouw het belangrijkste middel van bestaan is naar een samenleving waarin van grote invloed de industrie is.
- inflatie
- Minder waard worden van geld.
- informateur
- Verkenner die na de verkiezingen nagaat wat de partijen willen en wie met wie wil samenwerken.
- inhuldigen
- Iets of iemand plechtig laten beginnen met een daad; iemand weer het voor is of wat hij/
zij moet doen. - institutioneel
- De eerste stap zetten om iets aan de gang te krijgen.
- inspraak
- Mog een praten over iets waarover besluiten worden genomen.
- internationaal
- Iets wat over verschillende landen heen bestaat.
- interpellatie
- Vragen om opleiding of inlichtingen.
- invasieleger
- Leger dat ergens binnenvalt.
- invloed
- Inwerking op iemand anders of op een samenleving; zodan dat iets gedaan krijgt.
- invloedssfeer
- Gebied waarin een land invloed heeft in andere landen.
- islam
- Godsdienst verkondigd door Mohammed in de 7de eeuw. Islam betekent onderwerpen. Mohammed predikte dat iedereen zich moest onderwerpen aan de ene god die er bestaat, dezelfde god als die van het jodendom en het christendom.
- jongeren cultuur
- Eigen aparte gewoonten en gedachten van jongeren, waarmee zij zich onderscheiden van oudere generaties.
- kabinet
- Alle ministers samen, zonder de koning.
- kapitalisme
- Economisch systeem waarin mensen geld investeren in bedrijven waarin ze zelf niet werken, waardoor hun kapitaal is wordt waarmee ze geld verdienen.
- keerpunt
- Gebeurtenis die iets belangrijks verandert, waardoor de tijd erna anders is dan de tijd ervoor.
- keizer
- Hoogste vorst van een groot rijk, bijvoorbeeld het Romeinse of Chinese rijk.
- keizerrijk
- Rijk dat geregeerd wordt door een keizer.
- kerk
- De gemeenschap van mensen die het christendom aanhangen.
- kernoorlog
- Oorlog waarin gebruikgemaakt wordt van kernwapens.
- kernwapen
- Wapen dat gebruikmaakt van een atoombom.
- kiesrecht
- Recht om door je stem mee te bepalen wie er in het parlement komt.
- kinderarbeid
- Werk dat gedaan wordt door kinderen.
- kinderopvang
- Plaats waar jonge kinderen worden opgevangen als hun ouders niet thuis zijn.
- klassieke grondrechten
- Grondrechten waarin staat bepaalt dat de regering iets niet mag doen omdat zij de vrijheid van burgers moet respecteren.
- kolonie
- Gebied buiten het eigen land waar mensen heen gaan om te wonen, of die plaatselijk is verbonden met het moederland.
- kolonialisme
- Oorlog waarmee een overheerser probeert zijn macht over een kolonie te handhaven.
- kolonisatie
- Gebied buiten het eigen land waar mensen heen gaan om te wonen; het gebied is vaak verbonden met het moederland.
- koning/
koningin - Vorst die door erfopvolging aan de macht komt.
- Koude Oorlog
- Ernstig conflict tussen landen of landenblokken waarin het niet leidt bijna echt oorlog wordt, maar nooit helemaal.
- kritiek/
kritisch - Kritisch: kritisch nadenken betekent dat je je eigen oordeel over iets vormt en anderen niet zomaar napraat; jouw eigen oordeel kan betekenen dat je vindt dat iets beter moet; je hebt dan kritiek op iets.
- kunst
- Beeldhouwkunst, schilderijen, gebouwen, muziek, bedoeld om mooi gevonden te worden of iets te versieren.
- landbouw
- Gebruik van grond om aan voedsel te komen, door akkers aan te leggen of door vee te houden.
- landverrader
- Iemand die zijn eigen land schade toebrengt door de vijand te helpen. Zie ook collaborateurs.
- leerling/
leerlingraad - Parlement van leerlingen op een school.
- legende
- Verhaal dat door het volk wordt doorverteld, maar waar meestal weinig van klopt.
- leger
- Krijgsmacht bestaande uit soldaten.
- leiderschap
- Het idee dat macht van bovenaf moet worden uitgeoefend door leiders, zonder inspraak of democratie.
- levensmiddelen
- Wat je nodig hebt om op te eten. Levensvoorzieningen: De maximale leeftijd die gemiddeld bereikt wordt in een bepaald land of gebied.
- liberalisme
- Liberale betekent letterlijk: vrijheidslievend. Een liberaal is aanhanger van de idealen van de democratische revolutie, zoals gelijke rechten voor alle burgers, democratie en een grondwet.
- liefdadigheid
- Andere mensen helpen omdat je iets goed wilt; met noden dat zij anderen daar recht op hebben.
- loopgraaf/
loopgravenoorlog - Oorlog met loopgraven wordt gevoerd vanuit lange diepe geulen waarin soldaten beschut worden tegen kogels van het aanvallende leger. In een loopgravenoorlog staat het front meestal lang stil en vallen veel slachtoffers.
- luchtoorlog
- Strijd tussen vliegtuigen onderling.
- luchtondersteuning
- Verbinding die wordt onderhouden door met vliegtuigen op en neer te vliegen.
- macht
- Vermogen om anderen te laten doen wat jij wilt, ook als ze dat zelf niet willen.
- macht hebben
- Iemand in handen heeft.
- machtblok
- Blok van landen die samen wensen van grote invloed zijn.
- macht/
imperialisme - Plooien of gouden van de macht.
- massamoord
- Moordwillig ombrengen van een groot aantal mensen.
- materiaal
- Middelen die worden gebruikt om informatie of berichten mee door te geven aan het grote publiek, zoals kranten, radio en televisie.
- meerderheid
- Het grootste aantal vergeleken met een andere groep; de minderheid is de rest.
- nationaalsocialisme
- Duitse vorm van het fascisme, die zich kenmerkte door racisme en antisemitisme.
- nationalisme
- Streven naar een onafhankelijk eigen land voor het eigen volk.
- nazisme
- Afgekort woord voor 'nationaalsocialisme'.
- nederlaag
- Overwonnen worden, verliezen zijn.
- neutraal
- Onpartijdig, geen kant kiezen in een conflict.
- noodtoestand
- Tijdelijke toestand met zware grote problemen, dat de regering extra macht krijgt om op te lossen.
- offensief
- Aanval in een oorlog door militairen.
- offer
- Een offer was eerst een geschenk aan God of de goden om die de goeden iets te vragen.
- vrijwillig
- Weggezet, zelfs als in het je eigen leven.
- officier van justitie
- In een rechtbank degene die uitgaat van de verdenkingen schuldig is en die aan straf vertegenwoordigt, de officier van justitie is een vertegenwoordiger van de overheid.
- opstand
- Geweldadige actie tegen de overheid.
- onderdrukken/
onderdrukking - Met overmacht in bedwang houden en onderdrukken van mensen.
- onderduiken
- Je verstoppen voor de bezetters van je land.
- onderhandelen
- Proberen door praten met elkaar eens te worden, waarbij beide partijen wat toevoegen.
- ondernemer
- Iemand die zelfstandig een bedrijf of een bepaalde handel drijft.
- ondernemingsraad
- Vertegenwoordiging van werknemers die ergens werken, bedoeld om de werknemers inspraak te geven.
- onderwijs
- Overbrengen van kennis en vaardigheden op leerlingen.
- ontslag
- Ontnemen van werk; wegnemen van baan.
- onderzeeër
- Vaartuig dat onder het wateroppervlak kan varen.
- onderdoorlogbaar
- Iets waar je met geen mogelijkheid doorheen komt, bijvoorbeeld beneden dicht begon of overwón of het een sterk muur of sterk hek.
- ongelijkheid
- Tegengestelde van gelijkheid. Er is ongelijkheid als er verschillen zijn tussen mensen.
- onoverwinnelijk
- Zo sterk dat niemand je kan verslaan.
- onrechtvaardig
- Tegengestelde van rechtvaardig.
- onschendbaar
- Iets waar je niet aan mag komen, iemand waar je geen kritiek op kunt hebben.
- ontspanning
- De kans op oorlog en conflicten verkleinen door beter met elkaar om te gaan.
- ontdekken
- Het gaan om iets nieuws te ontdekken of te vinden.
- ontwikkelen/
ontwikkeling - Ontwikkelen is iets verder uitwerken, iets beter maken, iets verder bedenken.
- oorlog
- Gewapende strijd tussen landen.
- oorlogsmisdadiger/
oorlogsmisdadigers - Misbruik maken van je wapens en macht en in oorlog doen of burgers geweld aan te doen of te doden.
- oorlogsrecht
- Regels en wetten die van toepassing zijn tijdens oorlog.
- oppositie
- Partijen die niet in de regering zitten en die tegen de regering zijn; ze zeggen wat anders moet.
- optimisme
- Alles wat de goede kant bekijkt en vertrouwen dat het goed komt.
- orde en rust
- Een kalme, gereguleerde toestand waarin mensen veilig zijn en weten waaraan ze toe zijn.
- organisatie
- Vereniging van mensen die samenwerken met een bepaald doel.
- organiseren
- Iets zo regelen dat mensen goed samenwerken met een goed resultaat.
- overheersen
- Macht hebben over een land of volk, meestal tegen de zin van dat land of volk.
- overheid
- De instelling die macht heeft in een land, provincie of gemeente.
- overleg
- Iets bespreken om tot een oplossing of regeling te komen.
- overlegeconomie
- De economie van een land regelen door besprekingen tussen regering, werkgevers en werknemers.
- overmacht
- Een zo grote macht, dat een ander daar niet tegenop kan.
- pamflet
- Korte tekst waarin een bepaalde mening wordt uitgelegd, vaak met felle woorden.
- paniek
- Plotselinge hevige schrik waardoor mensen niet meer goed weten wat ze moeten doen en dus heel vaak reageren.
- paracult
- Iemand die met een valscherm uit een vliegtuig springt en zo neerdaalt.
- parlement
- Volksvertegenwoordiging: vergadering van door het volk gekozen vertegenwoordigers die als taak hebben de regering te controleren.
- parlementair kabinet
- Kabinet dat de meerderheid van het parlement achter zich heeft staan.
- parlementsleider
- Regeerstand waarin naar het parlement beslissend is: zonder de steun van (de meerderheid van) het parlement kan er niet worden geregeerd.
- parlementaire democratie
- Democratie waarin het volk het volk naar voren komt in een door het volk gekozen parlement.
- partij
- In de politiek: een groep mensen die ongeveer hetzelfde wil in het bestuur van het land en die probeert dat ook te bereiken.
- partijprogramma
- Tekst over dingen die een politieke partij wil bereiken.
- persvrijheid/
persvrijheid - Het recht om te publiceren, onafhankelijk van de regering.
- persoonsbewijs
- Identiteitskaart, bijvoorbeeld als je wilt reizen.
- persvoorlichterlijk
- Vereren van een leider alsof hij een bief, goddelijke mens zou zijn.
- planeconomie
- Economie waarin de overheid precies regelt wie wat maakt, hoeveel en op welke manier.
- plicht
- Iets wat iemand moet doen.
- pluriformiteit
- Letterlijk 'veelvormigheid'. Vaak gebruikt voor een bevolking die uit veel verschillende soorten mensen bestaat.
- politiemodel
- De Nederlandse overheid betekenis, politiek: iets wat zor zijn bevoegd macht.
- politiek
- Organisatie van de overheid die als taak heeft orde en rust te scheppen en misdaad te bestrijden.
- politieke partij
- Groep mensen die ongeveer hetzelfde wil in het bestuur van het land en de probeert dat ook te bereiken.
- popmuziek
- Populaire muziek, vaak in trek bij jongeren.
- populair
- Bij veel mensen geliefd of in trek.
- populisme
- Soort politieke leiders die proberen populair te zijn bij gewone werkende mensen door eenvoudige leugens te vertellen.
- president
- Hoofd van het volk gekozen hoogste bestuursorgaan van een land.
- prins
- Iemand die de plek van een koning of koningin kan erven.
- priester
- Iemand die de zorg draagt hij contact met de goden of godsdienst, bijvoorbeeld door offer of ritueel te brengen.
- professor
- Iets wat is geleerd aan universiteiten.
- propaganda
- Reclame maken voor een manier van denken of een politieke stroming in de hoop daar meer aanhangers voor te winnen.
- prostitutie
- Voor geld seks hebben met klanten.
- protest
- Laten merken dat je het ergens niet mee eens bent door te demonstreren.
- provincie
- Door de Romeinen veroverd gebied buiten Italië. Later ook gebied waar een rijk of staat waarin plaatselijk bestuur bestaat.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–