Begrippen (Hoofdstuk 4 Gebieden Zuid-Amerika)
Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (46)
Origineel
- caatinga
- Spaanse benaming voor een van de belangrijkste gebieden in Zuid-Amerika met savannevegetatie, gelegen in het (noord)oosten van Brazilië tussen de regenwouden van het Amazonegebied en het Atlantische kustgebergte (zie ook savanne)
- cerrado
- Spaanse benaming voor een van de belangrijkste gebieden in Zuid-Amerika met savannevegetatie, gelegen in het hoogland van Brazilië
- El
- toestand van de equatoriale Grote Oceaan, waarbij in plaats van de normale stroming van oost naar west, het oceaanwater van west naar oost richting Peru stroomt en daardoor opwelling van koud diepzeewater belemmert
- hoogtezones
- gebieden tussen bepaalde hoogtelijnen, die een voor de hoogte kenmerkende vegetatie heeft
- llanos
- Spaanse benaming voor een van de belangrijkste gebieden in Zuid-Amerika met savannevegetatie, gelegen in Venezuela
- mangrove
- tropische bossen in een gebied aan zee dat periodiek onder water loopt
- pampa
- Spaanse benaming voor een steppe in Zuid-Amerika, de belangrijkste is de pampa van Argentinië (zie ook steppe)
- savanne
- landschap dat bestaat uit grasland met verspreid staande bomen (zie ook llanos, cerrado en caatinga)
- selva
- Spaanse benaming voor het belangrijkste tropisch regenwoud van Zuid-Amerika, gelegen in het Amazonegebied (zie ook tropisch regenwoud)
- steppe(pampa)
- landschap dat bestaat uit grasland zonder bomen (zie ook pampa)
- tropisch regenwoud
- warm en vochtig bos, dat bestaat uit verschillende vegetatielagen en veel verschillende soorten bevat (zie ook selva)
- altiplano
- Spaanse benaming voor een hoogvlakte (zie ook hoogvlakte)
- andesiet
- stollingsgesteente dat kan ontstaan bij vulkaanuitbarstingen door subductie en kenmerkend is voor de Andes
- cordillera
- Spaanse benaming voor een gebergteketen
- erts
- gesteente met een dusdanig hoge concentratie van een bepaalde grondstof dat die op economisch rendabele wijze gewonnen kan worden
- ertsvorming
- de endogene en exogene processen die zorgen voor hoge concentraties van grondstoffen in bepaalde gesteenten
- fossiele energiebron
- energiebron als steenkool, aardolie en aardgas die ontstaan is uit miljoenen jaren oude resten van planten en dieren
- gebergteketen
- lijnvormig gebergte
- hoogvlakte
- een gebied met weinig relief dat meer dan 500 meter boven zeeniveau ligt
- mijnbouw
- de winning van grondstoffen in de ondergrond
- voorlandbekken
- sedimentbekken rond een gebergte, bij de Andes vind je deze vooral aan de oostzijde
- de-agrarisatie
- de afname van het belang van de landbouw voor het bbp en de werkgelegenheid
- Gini-coëfficient
- maat voor de inkomensongelijkheid in een land of regio, waarbij 0 overeenkomt met volledige inkomensgelijkheid en 1 met maximale inkomensongelijkheid
- grondbezitverhouding
- de wijze waarop grondbezit is verdeeld over de bevolking
- industrialisatie
- de toename van het belang van de industrie voor het bbp en de werkgelegenheid
- informele sector
- de niet-officiële economie
- latifundia
- zeer grote landbouwbedrijven in Midden- en Zuid-Amerika
- Lorenzcurve
- grafische weergave van de inkomensongelijkheid in een land of regio
- tertiaireisering
- de toename van het belang van de dienstensector voor het bbp en de werkgelegenheid
- exportpakket
- het type producten dat een land uitvoert
- exportvalorisatie
- het verhogen van de toegevoegde waarde van exportgoederen, bijvoorbeeld door bewerking van grondstoffen
- handelsbalans
- het overzicht van de waarde van de in- en uitvoer van goederen en diensten van een land
- importpakket
- het type producten dat een land invoert
- importsubstitutie
- het vervangen van importgoederen door eigen productie
- land grabbing
- de omstreden aankoop of pacht van enorme stukken grond door machtige, vaak buitenlandse partijen, met tegenwoordig vaak als doel grootschalige landbouwbedrijven te beginnen en/
of de toegang tot grondstoffen veilig te stellen - biodiversiteit
- de soortenrijkdom van planten en dieren
- duurzaamheid
- een manier van denken over ontwikkeling, die evenwicht zoekt tussen de behoeften van de huidige bewoners in een gebied en de gevolgen voor het milieu; uitgangspunt is dat de mogelijkheden van toekomstige generaties geen gevaar mogen lopen
- hydro-elektriciteit
- elektriciteit opgewekt met waterkracht
- landdegradatie
- aantasting van landschap (vooral bodem) waardoor de agrarische en ecologische mogelijkheden van het gebied afnemen
- ontbossing
- het kappen of in brand steken van bos, bijvoorbeeld tropisch regenwoud
- ontginning
- het omzetten van een natuurlijk landschap (veelal bos) in cultuurland (veelal landbouwgrond)
- waterbalans
- overzicht de toevoer en afvoer van water in een gebied
- hazard management
- een planmatige vorm van gevarenbeheersing door risico's in kaart te brengen, voorzorgsmaatregelen te treffen en rampenplannen op te stellen, en aan de hand daarvan te oefenen
- lahar
- een modderstroom die bestaat uit een mengsel van verweringmateriaal, vulkanische as en water, in gang gezet door een vulkaanuitbarsting
- risicoperceptie
- een subjectieve inschatting van de natuurlijke risico's in een gebied, die van invloed is op hoe goed mensen op een natuurramp voorbereid zijn
- stormvloed
- de situatie waarbij een (spring)vloed samenvalt met een krachtige, aanlandige wind, waardoor een zeer hoge waterstand aan de kust kan ontstaan