Waar heb jij behoefte aan?
Publiek
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Behoeften
- Alles wat je graag wilt hebben of nodig hebt.
- Schaarste
- Als je niet voldoende middelen hebt om in je behoeften te voorzien.
- Consumeren
- Kopen van goederen en diensten door consumenten.
- Diensten
- Activiteiten waarmee je in iemands behoefte kunt voorzien.
- Goederen
- Tastbare producten.
- Alternatief aanwendbaar
- De mogelijkheid hebben om een middel op verschillende manieren in te zetten.
- Vaste lasten
- Uitgaven die je met een vaste regelmaat betaalt en die vaak ook vaste bedragen zijn.
- Huishoudelijke uitgaven
- Alledaagse uitgaven voor het huishouden.
- Incidentele uitgaven
- Grotere uitgaven die slechts soms voorkomen.
- Inkomen
- Het geld dat ontvangen wordt uit arbeid, bezit of overdracht.
- Begroting
- Overzicht van geplande inkomsten en uitgaven voor een bepaalde periode.
- Budgetlijn
- Economisch model met keuzemogelijkheden tussen twee producten binnen het budget.
- Ruil
- Wisselen van producten tegen andere producten of tegen geld.
- Functies van geld
- Geld kun je gebruiken als ruilmiddel, rekenmiddel of spaarmiddel.
- Fiducie
- Vertrouwen.
- Chartaal geld
- Bankbiljetten en munten.
- Giraal geld
- Direct opvraagbaar geld op de betaalrekening.
- Extrinsieke en intrinsieke waarde
- Gebruikswaarde en materiaalwaarde van geld.
- Koopkracht (= reële inkomen)
- Hoeveelheid producten die gekocht kunnen worden met een bepaald bedrag.
- Inflatie
- Gemiddelde prijsstijging van goederen over een bepaalde periode.
- Indexcijfers
- Een getal dat de verandering ten opzichte van het basisjaar aangeeft.