Hoofdstuk 5 - Verdeling
Publiek
Woorden in deze lijst (18)
Origineel
- Belastingbasis
- de grondslag waarop belasting geheven wordt
- Belastingvrije voet
- een vaste aftrekpost die voor iedereen geldt
- Degressieve inkomstenbelasting
- een inkomstenbelasting waarvan het gemiddelde belastingtarief daalt met het inkomen
- Gebonden overdrachten
- overdrachten die afhangen van de samenstelling van de bestedingen van de ontvanger
- Gestaandardiseerde inkomens
- inkomens die de materiële welvaart vergelijkbaar maken tussen personen die leven in huishoudens met verschillende samenstellingen
- Gini-coëfficiënt
- een maatstaf voor de relatieve verschillen in een variabele
- Indirecte belastingen
- belastingen op producten die geheven worden bij de bedrijven die deze producten verkopen
- Heffingskorting
- een korting op het te betalen bedrag aan belastingen
- Nivellering
- het verminderen van relatieve inkomensverschillen
- Ongebonden overdrachten
- overdrachten die niet afhangen van de samenstelling van de bestedingen van de ontvanger of de betaler
- Percentielratio
- het deel van het totale inkomen of vermogen dat naar de rijkste 1% (het rijkste percentiel) van de bevolking gaat
- Primair inkomen
- het inkomen dat je verkrijgt in ruil voor het aanbieden van productiefactoren zoals arbeid en kapitaal
- Progressieve inkomstenbelasting
- een inkomstenbelasting waarvan het gemiddelde belastingtarief stijgt met het inkomen
- Proportionele inkomstenbelasting
- een inkomstenbelasting waarvan het gemiddelde belastingtarief niet afhangt van het inkomen
- Secundair inkomen
- het primaire inkomen plus de ongebonden overdrachten. Dit inkomen wordt ook wel besteedbaar inkomen genoemd
- Sociale voorzieningen
- hulp aan burgers die geen aanspraak kunnen maken op uitkeringen uit sociale verzekeringen
- Tertiaire inkomen
- het secundaire inkomen plus de gebonden overdrachten
- Vlaktaks
- een belasting met één marginaal tarief