Impulsgeleiding
Publiek
Woorden in deze lijst (8)
Origineel
- Actiefase
- De fase van een impuls waarin de binnenkant van het celmembraan gedurende ongeveer 1 ms een positieve lading krijgt ten opzichte van de buitenkant.
- Herstelfase
- De fase na de actiefase waarin de oorspronkelijke elektrische lading wordt hersteld en het celmembraan tijdelijk geen impulsen kan geleiden.
- Prikkeldrempel
- De kleinste sterkte van een prikkel die een impuls veroorzaakt.
- Alles-of-nietsprincipe
- Het principe dat er alleen een impuls ontstaat wanneer de prikkeldrempel wordt bereikt.
- Impulssterkte
- De sterkte van een impuls, die voor alle zenuwcellen gelijk is.
- Impulsfrequentie
- Het aantal impulsen dat per tijdseenheid door een zenuwcel wordt geleid.
- Sprongsgewijze impulsgeleiding
- De manier van impulsgeleiding waarbij een impuls van insnoering naar insnoering springt langs een axon met een myelineschede.
- Neurotransmitters
- Stoffen die vrijkomen uit het uiteinde van een axon en de impulsoverdracht naar een andere zenuwcel, spiercel of kliercel mogelijk maken.
–
–
–
–
–
–
–
–