Begrippen Hoofdstuk 2 Bevolking ( 2.1, 2.2, 2.5)

Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (24)
Origineel
- Bevolkingsdichtheid
- Het aantal inwoners gedeeld door de oppervlakte van een land
- Bevolkingsspreiding
- de manier waarop de bevolking over een gebied verspreid woont
- geboortebeperking
- zorgen dat er minder kinderen geboren worden
- geboortecijfer
- het aantal kinderen dat geboren wordt, per jaar, per duizend inwoners
- levensverwachting
- het gemiddeld aantal jaren dat de inwoners van een land zullen leven
- sterftecijfer
- het aantal mensen dat overlijdt, per jaar, per duizend inwoners
- zuigelingensterfte
- het aantal baby's dat overlijdt in het eerste jaar, per duizend geboorten
- arbeidsmigrant
- iemand die verhuist voor werkt
- buitenlandse migratie
- verhuizen naar een ander land
- emigrant
- iemand die zich in een ander land vestigt
- gezinshereniging
- gezinsleden die door migratie van elkaar werden gescheiden, gaan bij elkaar wonen.
- gezinsvorming
- een immigrant vindt in zijn land van herkomst een partner en gaat samen verder
- immigrant
- iemand die zich in een land vestigt
- migratiesaldo
- het verschil tussen emigratie en immigratie in een land
- natuurlijke bevolkingsgroei
- de bevolkingsgroei door geboorte en sterfte
- sociale bevolkingsgroei
- de bevolkingsgroei door migratie
- vluchteling
- een persoon die vlucht voor oorlog of andere bedreiging
- bevolkingssamenstelling
- de bevolking, naar sekse, leeftijd of herkomstland
- binnenlandse migratie
- verhuizen naar een andere gemeente binnen Nederland
- geboorteoverschot
- het aantal geboorten in een jaar is hoger dan het aantal sterfgevallen
- migratieoverschot
- het aantal vertrekkers in een jaar is hoger dan het aantal vestigers
- ontgroening
- het percentage (of aandeel) jongeren in de bevolking neemt af
- sterfteoverschot
- het aantal sterfgevallen in een jaar is hoger dan het aantal geboorten
- vergrijzing
- het percentage ( of aandeel ) ouderen in de bevolking neemt toe