Bio T7 § 2
Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- Signaalstoffen
- Stoffen waarmee communicatie tussen cellen in meercellige organismen plaatsvindt
- Hormoonklieren
- Geven signaalstoffen af in de vorm van hormonen
- Hormonen
- Signaalstoffen die de hormoonklieren afgeven
- Receptoren
- Delen van cellen waaraan een bepaald hormoon kan binden
- Doelwitorgaan
- Orgaan waarvan de cellen receptoren bezitten waaraan bepaalde hormonen kunnen binden
- Hormoonconcentratie
- Concentratie van een hormoon in het bloed; ook wel hormoonspiegel genoemd
- Hormoonreceptoren
- Receptoren voor een bepaald hormoon op of in de cellen van een doelwitorgaan
- Endocrien
- Type klier dat zijn product rechtstreeks aan het bloed afgeeft; hormoonklieren zijn endocriene klieren
- Exocrien
- Type klier dat zijn product via een afvoerbuis afgeeft
- Steroïdhormonen
- Hormonen die vaak worden gevormd uit cholesterol en eigenschappen van vetten hebben
- Receptor in het cytoplasma
- Receptor die zich in het cytoplasma bevindt; wanneer een hormoon zich aan een receptor in het cytoplasma bindt, ontstaat een hormoon-receptorcomplex
- Peptide- of eiwithormonen
- Hormonen die goed in water oplosbaar zijn en het celmembraan niet kunnen passeren; binden aan een receptor in het celmembraan
- Receptor in het celmembraan
- Bindt aan peptide- of eiwithormonen waardoor aan de binnenzijde van het celmembraan een signaalmolecuul (de second messenger) wordt gevormd of geactiveerd
- Second messenger
- Nadat een peptide- of eiwithormoon aan een receptor is gebonden, wordt een signaalmolecuul gevormd of geactiveerd dat het signaal in de cel doorgeeft
- Signaalcascade
- Signaal dat via meerdere schakels in de cel wordt doorgegeven
- Cascade
- Signaal dat via meerdere schakels in de cel wordt doorgegeven
- Hormoonstelsel
- Alle hormoonklieren in het lichaam
- Hypofyse
- Hormoonklier in de hersenen die verschillende hormonen produceert waarvan sommige de werking van andere hormoonklieren beïnvloeden
- Hypothalamus
- Gedeelte van de hersenen dat net boven de hypofyse ligt en de verbinding is tussen het zenuwstelsel en het hormoonstelsel
- Antidiuretisch hormoon
- Hormoon dat de resorptie van water in de nieren regelt bij de vorming van urine
- ADH
- Hormoon dat de resorptie van water in de nieren regelt bij de vorming van urine
- Releasing hormonen
- Hormonen die de productie van hormonen door de endocriene cellen in de hypofysevoorkwab stimuleren
- RH
- Hormonen die de productie van hormonen door de endocriene cellen in de hypofysevoorkwab stimuleren
- Schildklier
- Hormoonklier die thyroxine produceert; ligt in de hals, voor het strottenhoofd, tegen de luchtpijp aan
- Schildklierhormoon
- Hormoon dat de stofwisseling beïnvloedt en de groei en ontwikkeling bij kinderen stimuleert
- Eilandjes van Langerhans
- Endocriene cellen in de alvleesklier die hormonen produceren die ervoor zorgen dat de glucoseconcentratie in het bloed min of meer constant blijft
- Glucagon
- Hormoon uit de cellen van de eilandjes van Langerhans dat stimuleert dat glycogeen in lever en spieren wordt omgezet in glucose
- Insuline
- Hormoon uit de cellen van de eilandjes van Langerhans dat het transport van glucose door celmembranen versnelt en stimuleert dat glucose in lever en spieren wordt omgezet in glycogeen
- Epo
- Hormoon dat de productie van rode bloedcellen in het rode beenmerg stimuleert
- Bijnieren
- Liggen als kapjes boven op de nieren en bestaan uit bijnierschors en bijniermerg, dat bij een stressreactie adrenaline produceert
- Adrenaline
- Hormoon dat wordt geproduceerd door het bijniermerg en een snelle kortdurende werking heeft, waardoor de verbranding wordt bevorderd en je snel kunt handelen in een situatie van stress