4. Het Verenigd Koninkrijk verandert
Publiek
Woorden in deze lijst (87)
Origineel
- afzetmarkt
- Het aantal klanten dat producten wil kopen.
- agglomeratievoordeel
- Het voordeel dat bedrijven hebben doordat ze vlak bij elkaar zitten.
- anamorfosekaart
- Kaart waarop de grootte van de gebieden wordt bepaald door de waarde die dat gebied voor een bepaald kenmerk heeft, bijvoorbeeld de grootte van de bevolking.
- arbeidsmarkt
- De plaats waar vraag en aanbod van arbeid bij elkaar komen.
- arbeidsmigrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied.
- asielzoeker
- Iemand die op de vlucht is en bescherming (asiel) vraagt in een ander land.
- backstop
- Zorgt ervoor dat de grens tussen Noord-Ierland en Ierland openblijft. Om dat mogelijk te maken, blijft het Verenigd Koninkrijk nog een tijd in een douane-unie met de EU.
- beroepsbevolking
- Mensen die betaald werk (willen) doen.
- brexit
- De wens van het Verenigd Koninkrijk om de EU te verlaten. Samenvoeging van British en exit.
- centrumland
- Hoogontwikkeld, rijk land met veel politieke en economische macht.
- complementariteit
- Het ene gebied heeft iets wat een ander gebied niet heeft (de gebieden vullen elkaar aan).
- culturele minderheid
- Kleine groep mensen die in een land woont en van een andere taal en andere gewoontes heeft.
- cultuur
- Alles wat je hebt aangeleerd.
- cultuurgebied
- Gebied met overeenkomsten in cultuur.
- dagbouw
- Vorm van mijnbouw: winning van delfstoffen die (vlak) aan de oppervlakte liggen.
- de-industrialisatie
- Verschuiving van de productie van goederen (industrie) naar het verlenen van diensten.
- dekolonisatie
- Het zelfstandig worden van koloniën.
- delfstof
- Grond- of brandstof die je uit de aarde haalt.
- dienstensector
- Alle bedrijven die zich bezighouden met het leveren van diensten.
- discriminatie
- Ongelijke behandeling van mensen met een andere leeftijd, afkomst, godsdienst, huidskleur of seksuele voorkeur.
- economisch machtsblok
- Gebied dat economisch sterk is doordat er veel goederen worden geproduceerd en er een grote, koopkrachtige markt is.
- economische migrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen gebied, zoals een arbeidsmigrant of een seizoenmigrant.
- etnische groep
- Deel van een volk dat in een ander land (bij elkaar) woont.
- etnische minderheid
- Etnische groep die in een land in de minderheid is.
- Europese integratie
- De ontwikkeling om in Europa tot meer eenheid te komen.
- Europese Unie (EU)
- Politiek en economisch samenwerkingsverband tussen 27 landen in Europa.
- footloose
- Bedrijf dat weinig grondstoffen gebruikt en zich bijna overal kan vestigen (niet-grondstofgebonden).
- geboorteoverschot
- Als er in een jaar meer mensen worden geboren dan dat er mensen sterven.
- Gemeenebest van Naties
- Samenwerkingsverband van 53 onafhankelijke staten met de Britse koningin als symbolisch staatshoofd.
- gentrificatie
- Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen, waardoor de minder welvarende mensen worden verdrongen.
- globalisering
- Het doorgaande proces van internationale uitwisseling van mensen, goederen, geld en informatie (kennis, cultuur).
- grijze druk
- De verhouding tussen de groep 65-plussers en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- groene druk
- De verhouding tussen de groep 0- tot 20-jarigen en het aantal 20- tot 65-jarigen.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- grondstofgebonden
- Bedrijven die gevestigd zijn dicht bij de vindplaats van de grondstoffen of bij de plek waar die goedkoop kunnen worden aangevoerd.
- halffabricaat
- Industrieproduct dat nog verder bewerkt moet worden tot eindproduct.
- hightechindustrie
- Industrie die gebaseerd is op hoogstaande technische kennis.
- immigratie
- Als iemand een land binnenkomt om er te wonen.
- Industriële Revolutie
- De overgang van ambachtelijke, handmatige productie naar machinale productie in fabrieken met behulp van techniek, zoals de stoommachine.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen en informatie te vervoeren.
- kapitaal
- Alle gebouwen, machines, hulpmiddelen en voertuigen die nodig zijn voor de productie.
- kennismigrant
- Arbeidsmigrant die vanwege zijn kennis verhuist.
- kennisintensief
- Er is veel vakkennis nodig om producten te maken.
- kettingmigratie
- Als de ene migratie leidt tot een volgende migratie.
- kolonie
- Gebied in een ander werelddeel dat in het bezit is van (meestal) een Europees land.
- lagelonenland
- Land met lage arbeidskosten.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking in verschillende leeftijdsgroepen.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.
- lichte industrie
- Bedrijven die veel halffabricaten gebruiken.
- locatiefactor
- Reden waarom een bedrijf zich op een bepaalde plaats vestigt. Heet ook vestigingsplaatsfactor.
- maatschappelijke segregatie
- Mensen uit verschillende bevolkingsgroepen hebben weinig of geen contact met elkaar.
- marktgebonden
- Bedrijven die gevestigd zijn in de buurt van hun afzetmarkt.
- massaproductie
- Met machines worden er van één product heel veel gemaakt.
- migratieachtergrond
- Woonwijk met veel bewoners met een migratieachtergrond.
- migratie
- Verhuizen van de ene woonplaats naar een andere.
- migratiesaldo
- De som van vestiging en vertrek.
- mijnbouw
- Winning van delfstoffen.
- milieuvervuiling
- Vervuiling van het milieu door het te gebruiken als afvalbak.
- multicultureel
- Mensen uit verschillende culturen die met elkaar samenleven.
- multiculturele samenleving
- Samenleving van mensen uit verschillende culturen.
- multinationale onderneming
- Bedrijf met vestigingen in verschillende landen. Heet ook multinational.
- natuur
- Onderdelen van de natuurlijke omgeving die nodig zijn voor de productie, zoals grond, delfstoffen, grondstoffen en water.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Bevolkingsgroei of bevolkingsafname door het aantal geboorten min het aantal sterftes.
- neokolonialisme
- Afhankelijkheid van arme landen ten opzichte van rijke landen na de kolonisatie. Arme landen leveren grondstoffen aan en zijn afnemers van industrieproducten uit rijke landen.
- ontgroening
- Afnamen van het aandeel jongeren (onder de 20 jaar) in de totale bevolking.
- periferie
- De arme landen in de wereld die gekenmerkt worden door afhankelijkheid, nadelige handelsrelaties, gebrekkige technologie en een lage productie.
- productiemiddel
- Wat nodig is om iets te maken: natuur, arbeid en/
of kapitaal. - regionale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen het ene en het andere gebied.
- ruimtelijke segregatie
- Het gescheiden wonen van bevolkingsgroepen met bepaalde kenmerken in bepaalde wijken.
- ruwe grondstof
- Grondstof die nog niet bewerkt is.
- schachtbouw
- Winning van delfstoffen in ondergrondse stelsels van horizontale en verticale gangen.
- semiperiferie
- Landen die niet rijk en niet arm zijn; vaak opkomende landen door de groei van de industrie.
- sociale bevolkingsgroei
- Verandering van het bevolkingsaantal doordat mensen uit een gebied vertrekken of doordat ze zich er vestigen.
- sociale migratie
- Als mensen verhuizen om bij familie of vrienden te gaan wonen.
- stedelijke vernieuwing
- Het vernieuwen van woonwijken in een stad zodat de leefbaarheid sterk verbetert.
- subjectieve veiligheid
- De mate waarin iemand zich veilig voelt.
- tariefmuur
- Invoerrechten (geld dat je moet betalen om een product in te voeren).
- territoriale wateren
- Een strook van 12 zeemijl uit de kust waar de kuststaat de baas is.
- tussengeligeenheid mogelijkheid
- Tussen twee gebieden die mensen, goederen of informatie met elkaar willen uitwisselen liggen nog alternatieve gebieden die hetzelfde kunnen.
- vergrijzing
- Toename van het aandeel ouderen (65+) in de totale bevolking.
- verplaatsbaarheid
- Er is infrastructuur tussen twee gebieden die mensen of goederen of informatie met elkaar willen uitwisselen.
- vertrekoverschot
- Als er meer mensen vertrekken uit een gebied dan dat er zich vestigen.
- vestigingsoverschot
- Als er meer mensen zich vestigen in een gebied dan dat er mensen vertrekken.
- vestigingsplaatsfactor
- Zie locatiefactor.
- vluchteling
- Iemand die vanwege oorlog, godsdienst, etnische groep, nationaliteit, seksuele geaardheid of meningsuiting vlucht uit zijn land.
- vruchtbaarheidscijfer
- Het gemiddelde aantal kinderen dat een vrouw krijgt.
- zware industrie
- Bedrijven die veel (ruwe) grondstoffen gebruiken, zoals steenkool, ijzererts of ruwe olie.