1. Globalisering
Publiek
Woorden in deze lijst (74)
Origineel
- absolute afstand
- Afstand uitgedrukt in kilometers.
- absolute ligging
- De ligging van een plaats op aarde met coördinaten.
- afstandserval
- De afname van de interactie tussen gebieden naarmate de afstand toeneemt.
- amerikanisering
- De Amerikaanse cultuur is wereldwijd dominant en heeft een sterke invloed op andere culturen.
- analfabetisme
- Het niet kunnen lezen of schrijven.
- andersglobalist
- Voorstander van globalisering, maar onder andere voorwaarden, zoals geen vrije wereldhandel, het kwijtschelden van schulden van arme landen of het nastreven van duurzame ontwikkeling.
- Asian Pacific Rim
- De landen langs de westrand van de Grote Oceaan.
- backwash-effect
- Het verschijnsel dat uit armere gebieden (de periferie) kapitaal, grondstoffen en mensen onttrokken worden voor de economie in rijkere gebieden (het centrum).
- beroepsbevolking
- Het deel van de bevolking tussen 15 en 65 jaar (werkend en werkloos) dat betaald werk kan doen voor meer dan twaalf uur per week.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per km².
- bevolkingsgroei
- De verandering van het aantal inwoners in een gebied door de natuurlijke bevolkingsgroei en het migratiesaldo.
- bevolkingsspreiding
- De verdeling van mensen over een land of gebied.
- blokvorming
- Samenwerkingsverbanden tussen landen die aansluiting en steun bij elkaar zoeken om hun positie (vooral economisch en politiek) te versterken.
- bbp per hoofd
- Het bbp gedeeld door het aantal inwoners in een land.
- BRICS-landen
- Groep van vijf opkomende landen (Brazilië,Rusland,India,China en Zuid-Afrika) die zich in een vergelijkbare fase van economische ontwikkeling bevinden en samenwerken om economisch en politiek sterker te worden.
- bruto binnenlands product (bbp)
- Totale waarde van goederen en diensten in een land die geproduceerd zijn door de inwoners van een land in een jaar.
- bruto regionaal product (brp)
- Geldwaarde van alle goederen en diensten die in een bepaald gebied in een jaar worden geproduceerd.
- burgerschap
- Het recht om als burger vrij deel te nemen aan alle activiteiten die horen bij een samenleving.
- culturele globalisering
- Het wereldwijde proces waarin culturen elkaar beïnvloeden via migratie- en toeristenstromen,tv,internet en telefoon.
- cultuurgebieden
- Regio’s waarin verreweg de meeste inwoners zich gedragen volgens de dominante cultuur.
- cumulatieve causatie
- De theorie van Myrdal die stelt dat de groei van economische activiteiten en welvaart in het centrum zichzelf versterkt en uitbreidt ten koste van de werkgelegenheid en welvaart in de periferie.
- dekolonisatie
- Proces waarbij koloniën zelfstandig worden van hun moederland.
- democratisch gehalte
- De hoeveelheid zeggenschap van de burgers in een land.
- demografisch transitomodel
- Een model dat de overgang van een situatie van hoge geboorte- en sterftecijfers naar een situatie van lage geboorte- en sterftecijfers van een bevolkingsgroep in vier fasen weergeeft.
- demografische druk
- Verhouding tussen de productieve leeftijdsgroep (20-65 jaar) en de niet-productieve leeftijdsgroepen (0-19 jaar en 65 jaar en ouder).
- economische globalisering
- Proces van toenemende mondiale, economische interactie en integratie.
- europeanisering
- Koloniaal proces waarbij de inwoners die in de koloniën woonden zich moesten aanpassen aan de Europese normen en gewoonten.
- geopolitiek
- Het streven om politieke doelen te bereiken op basis van geografische argumenten.
- gini-coëfficiënt
- Getal tussen 0 en 1 om de inkomensongelijkheid in een samenleving uit te drukken.
- gini-index
- Een statistische manier om de mate van inkomensongelijkheid in een land weer te geven.
- globalisering
- Het proces waardoor er in toenemende mate economische, politieke en culturele samenhang op wereldschaal ontstaat.
- global shift
- De verschuiving van het economisch zwaartepunt in de wereld. Veel mno’s verplaatsten hun productieafdeling vanuit Europa en Noord-Amerika naar lagelonenlanden.
- global village
- Het gevoel ontstaan dat alle aardbewoners in een groot werelddorp bijeen wonen en met elkaar in contact staan.
- hegemoniale staat
- Een land dat met behulp van politieke, economische, financiële en militaire middelen een overheersende rol speelt in de wereldorde.
- identiteit
- De cultuurkenmerken die uniek zijn voor een groep mensen, waardoor die groep zich onderscheidt van anderen.
- imperialisme
- Het proces waarbij landen hun macht in andere delen van de wereld uit willen breiden door gebieden te veroveren en te beheersen.
- informatietechnologie
- Technologische innovaties om mobiele informatie uit te wisselen.
- internationale arbeidsverdeling
- Wereldwijde specialisatie waarbij ieder land produceert waar het goed in is.
- kapitaalstromen
- De internationale verplaatsingen van grote hoeveelheden geld en kapitaal.
- kindersterfte
- Het aantal kinderen dat per 1.000 geboorten (promille) in een land sterft voor het bereiken van de vijfjarige leeftijd.
- kolonialisme
- Een periode waarin West-Europese landen overzeese gebieden bezetten uit economische en strategische overwegingen.
- koopkracht
- De hoeveelheid goederen en diensten die je voor je geld kunt kopen.
- leeftijdsopbouw
- De samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht.
- lingua franca
- De internationaal gemeenschappelijk taal.
- lorenzcurve
- Een grafische manier om de mate van (inkomens)ongelijkheid in een land weer te geven.
- mensenrechten
- De basisrechten van de VN die voor ieder mens in de wereld gelden.
- mondiale netwerken
- De wereldwijde fysieke en digitale infrastructuur die nodig is om mensen, kapitaal en kennis met elkaar te verbinden.
- multinationale onderneming (mno)
- Groot bedrijf dat in verschillende landen bedrijfsonderdelen heeft.
- multipolaire wereld
- Wereldorde waarin meerdere machtscentra (landen) bestaan die allemaal ongeveer even sterk zijn of evenveel invloed hebben.
- neokolonialisme
- Kolonialisme in een nieuwe vorm, waarbij rijke landen de zelfstandig geworden vroegere koloniale gebieden uitbuiten.
- nieuwe industrielanden
- Nieuwe, opkomende industrielanden die aantrekkelijk zijn door lage loonkosten, een gunstig belastingklimaat, politieke stabiliteit en grote afzet- en arbeidsmarkten.
- globalisering politieke globalisering
- Het proces van wereldwijde politieke integratie.
- opkomende grootmacht
- Hieronder vallen de BRICS-landen (Brazilië,Rusland,India,China en Zuid-Afrika) die economisch en politiek steeds machtiger worden.
- productieketen
- De schakels waaruit het productieproces van goederen bestaat, van grondstof tot eindproduct.
- regionale ongelijkheid
- Grote en ongewenste verschillen in ontwikkeling tussen gebieden.
- regionalisme
- Het streven van de mensen in een gebied naar een vorm van politiek zelfbestuur.
- relatieve afstand
- Afstand uitgedrukt in tijd,geld of moeite.
- relatieve ligging
- De ligging van een gebied ten opzichte van andere gebieden, uitgedrukt in de mate van bereikbaarheid in afstand en tijd.
- samenwerkingsverband
- Blokvorming tussen landen die aansluiting en steun bij elkaar zoeken om hun positie (vooral economisch en politiek) te versterken.
- sociale ongelijkheid
- Grote verschillen in welvaart en ontwikkelingskansen tussen de verschillende groepen (klassen) van de bevolking.
- spread-effect
- Het verschijnsel dat de periferie profijt heeft van economische ontwikkeling in het centrum.
- tijd-ruimtecompressie
- Het verschijnsel dat in de wereld de ruimte en tijd er niet meer toe doen door afname van de relatieve afstanden.
- transnationale netwerken
- De internationale fysieke en digitale infrastructuur die nodig is om mensen, kapitaal en kennis met elkaar te verbinden.
- transportnetwerk
- Een netwerk van aanvoer-, doorvoer- en afzetlijnen die samenkomen bij allerlei transportknooppunten.
- transporttechnologie
- Technologische ontwikkelingen in de transportsector, met als doel het zo efficiënt mogelijk vervoeren van goederen.
- Triade
- Aanduiding van de economische driehoek tussen de VS, de EU en Japan dat in de wereldhandel het grootste deel van het handelsvolume voor haar rekening neemt. Ook het grootste deel van de industriële productie en innovatie vindt plaats binnen de Triade.
- uitschuiving
- Het proces van ruimtelijke verplaatsing van bedrijven of bedrijfsonderdelen naar nieuwe gebieden met een aantrekkelijker vestigingsklimaat (zoals lage lonen).
- verstedelijkingsgraad
- Het percentage mensen dat in steden woont.
- verstedelijkingstempo
- De snelheid waarmee een steeds groter deel van de bevolking in steden gaat wonen.
- VN-ontwikkelingsindex
- Een getal dat wordt gebruikt om de ontwikkeling van landen te meten op meerdere ontwikkelingskenmerken: levensverwachting, onderwijs en levensstandaard.
- vruchtbaarheid
- Het werkelijke aantal geboorten in een land.
- Wereldhandelsorganisatie (World Trade Organization,WTO)
- Internationale organisatie die toeziet op de naleving van afspraken over de handel tussen landen.
- werelsysteemtheorie
- De internationale economische wereldorde is gebaseerd op uitbuiting en niet op gelijkwaardigheid, waardoor de wereld in te delen is in drie delen: de kern, de semiperiferie en de periferie.
- zuid-zuidinvestering
- Zuidelijke (vaak armere) landen investeren steeds vaker in elkaars economieën.