4. Ontwikkeling: arm en rijk
Publiek
Woorden in deze lijst (27)
Origineel
- achterblijvers(periferie)
- Arme landen waar veel mensen in de landbouw werken. In de wereldhandel spelen ze geen belangrijke rol.
- achterland
- Het gebied dat voor de aanvoer en afvoer van goederen een haven nodig heeft.
- alfabetiseringsgraad
- Geeft aan hoeveel procent van de bevolking van 15 jaar en ouder kan lezen en schrijven.
- arbeidsintensief
- Veel mensen werken aan één product, er worden weinig machines gebruikt.
- armoedegrens
- Als mensen minder dan 1,25 dollar per dag te besteden hebben, leven ze onder de armoedegrens.
- beroepsbevolking
- Alle mensen die tegen betaling werken, plus de werklozen.
- bruto nationaal product per hoofd(bnp/
hoofd) - Alles wat in een jaar in een land verdiend wordt, gedeeld door het aantal inwoners.
- distributieland
- Land dat goederen verdeelt over het achterland.
- formele sector
- Deel van de economie waarvan zaken officieel worden opgeschreven. Banken, grote fabrieken en kantoren van de overheid horen bij de formele sector.
- gezondheidszorg
- Alle instellingen die zich bezighouden met de zorg voor gezondheid, bijvoorbeeld ziekenhuizen.
- handelsbalans
- Overzicht dat laat zien voor hoeveel geld een land goederen invoert en uitvoert.
- informele sector
- Deel van de economie waarvan zaken niet officieel worden opgeschreven, bijvoorbeeld straathandel en kleine ambachtsbedrijfjes.
- infrastructuur
- Verbindingen tussen plaatsen, dus: wegen/
spoorwegen/ waterwegen/ pijpleidingen/ telefoonkabels. - koopkracht
- De hoeveelheid goederen of diensten die je in een land voor één dollar of euro kunt kopen.
- koplopers(centrumlanden)
- Ontwikkelde landen. Rijke landen waar de meeste mensen in de dienstensector werken.
- lagelonenlanden
- Landen in de (semi)periferie waar de lonen veel lager zijn dan in de centrumlanden. Zij vormen een aantrekkelijk vestigingsgebied voor arbeidsintensieve bedrijven.
- mainport
- Haven of vliegveld dat een grote rol speelt in het internationale vervoer.
- multinational
- Groot bedrijf dat in veel landen een fabriek of kantoor heeft.
- ontwikkelingslanden
- Landen die niet behoren tot de rijke geïndustrialiseerde landen.
- regionale ongelijkheid
- Verschillen tussen rijke en arme gebieden binnen een land, bijvoorbeeld op het gebied van gezondheid/
scholing en koopkracht. - scharreleconomie
- Deel van de economie waarin mensen geen vaste baan hebben en hun geld verdienen door los-vaste baantjes in de informele sector.
- sociale ongelijkheid
- Verschillen in welvaart tussen mensen.
- vestigingsplaatsfactor
- Reden voor een bedrijf om zich op een bepaalde plaats te vestigen.
- volgers(semiperiferie)
- Minder rijke landen die wel op de goede weg zijn in hun ontwikkeling. Mensen werken minder in de landbouw, er is een goed ontwikkelde industrie en steeds meer mensen gaan in de dienstensector werken.
- welvaart
- De rijkdom van een land, gemeten op basis van geld in bnp/
hoofd. - welvaartsziekte
- Ziekte die ontstaat omdat iemand welvarend is en daardoor bijvoorbeeld te dik is geworden.
- welzijn
- De rijkdom van een land gemeten op basis van levensomstandigheden.