De hersenen
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Hersenstam
- Deel van de hersenen dat impulsen geleidt en belangrijke levensfuncties aanstuurt, zoals hartslag, ademhaling en bloeddruk.
- Grote hersenen
- Deel van de hersenen dat impulsen van zintuigen verwerkt (bewustwording) en bewuste bewegingen aanstuurt.
- Grijze stof
- Het gedeelte in de hersenen (zoals de hersenschors) waarin de cellichamen van schakelcellen liggen.
- Witte stof
- Het gedeelte in de hersenen waarin de uitlopers van schakelcellen liggen.
- Hersencentra
- Groepen cellichamen van schakelcellen in de hersenschors met een specifieke functie, onderverdeeld in gevoelscentra en bewegingscentra.
- Gevoelscentra
- Plaatsen in de grote hersenen waar impulsen van zintuigen worden ontvangen en verwerkt.
- Bewegingscentra
- Plaatsen in de grote hersenen waar impulsen ontstaan die spieren of klieren aansturen voor bewuste bewegingen.
- Kleine hersenen
- Deel van de hersenen dat zorgt voor de coördinatie van alle bewegingen van het lichaam.
- Drugs
- Stoffen die de werking van het centrale zenuwstelsel beïnvloeden en effect hebben op gevoelens, bewustzijn en zintuigen.
- Verdovende middelen (downers)
- Middelen zoals alcohol en GHB die een ontspannen gevoel geven en de hartslag en ademhaling vertragen.
- Stimulerende middelen (uppers)
- Middelen zoals tabak en xtc die het gevoel geven meer energie te hebben en de hartslag versnellen.
- Bewustzijnsveranderende middelen (trippers)
- Middelen zoals paddo's die waarnemingen verstoren en de stemming veranderen.
- Verslaving
- Toestand waarbij iemand afhankelijk is van een middel en niet meer zonder kan.
- Tolerantie
- Het verschijnsel waarbij je steeds meer van een middel nodig hebt om hetzelfde effect te bereiken.
- Lichamelijke afhankelijkheid
- Vorm van verslaving waarbij ontwenningsverschijnselen zoals trillen of misselijkheid optreden als je stopt met het middel.
- Geestelijke afhankelijkheid
- Vorm van verslaving waarbij iemand het gevoel heeft niet zonder het middel te kunnen functioneren.