DE WERELD VAN - Leeropdrachtenboek - 6V (1.2) - MIDDELLANDSE ZEEGEBIED
Publiek
Woorden in deze lijst (40)
Origineel
- aardverschuiving
- Het door de zwaartekracht naar beneden glijden van een met water verzadigde weeringslaag.
- afspoeling
- Afvoer van regen- en/
of smeltwater over het oppervlak, wanneer de aanvoer van water groter is dan de opnamecapaciteit van de bodem. - Alpine plooiingsgebied
- Gebied waarin de gebergten liggen die in de laatste 65 miljoen jaar - de Alpine plooiingsfase - zijn ontstaan. In het Middellandse Zeegebied omvat dit gebied onder meer de Atlas, Pyreneeën, Alpen, Apennijnen, Karpaten, het Balkangebergte en het Taurusgebergte.
- asthenosfeer
- Het enigszins stroperige, middelste gedeelte van de mantel onder de lithosfeer.
- caldera
- Komvormige diepte die ontstaat wanneer, na een explosieve eruptie, de geleegde magmakamer instort. Een caldera kan ook ontstaan doordat de top van de vulkaan door de eruptie wordt weggeblazen.
- convergente plaatgrens
- Grens tussen twee naar elkaar toe bewegende platen.
- Cs-klimaat(mediterraan klimaat/
Middellandse Zeeklimaat) - Gematigd zeeklimaat met droge, warme zomers. De winters zijn vrij nat en mild, met in de koudste maand een gemiddelde temperatuur die hoger ligt dan -3 °C, maar lager dan 18 °C.
- divergente plaatgrens
- Grens tussen twee uit elkaar bewegende platen.
- duurzaam water- en landgebruik
- Het beschikbare land en water zo gebruiken dat aan de behoeften van de mens en de natuur wordt voldaan, zonder dat de kwaliteit van de bodem achteruitgaat of er meer water wordt gebruikt dan er beschikbaar is.
- effusieve eruptie
- Relatief rustige uitbarsting die veroorzaakt wordt door magma met een lage stroperigheid (viscositeit) en een lage gasdruk.
- explosieve eruptie
- Heftige uitbarsting die wordt veroorzaakt door magma met een hoge stroperigheid (viscositeit) en een hoge gasdruk.
- geulerosie
- Het uitslijten van de bodem in de vorm van geulen door stromend water.
- (grond)waterproblematiek
- Problemen die ontstaan met de watervoorraad in een gebied. Vaak ontstaan deze doordat er meer water aan het gebied onttrokken wordt dan dat er aangevuld wordt.
- hazardmanagement
- Het beleid om schade bij natuur- en milieurampen zoveel mogelijk te voorkomen en de gevolgen te beperken van de schade die toch ontstaat.
- horsten
- Vaak langgerekte stukken aardkorst naast slenken, die door opverend mantelgesteente omhooggekomen zijn.
- intensiteit van de neerslag
- De hoeveelheid neerslag die er in een gebied per tijdseenheid valt.
- Intertropische Convergentiezone (ITCZ)
- Zone van lage luchtdruk rondom de evenaar die het gevolg is van de intensieve verhitting op plaatsen met een loodrechte zonnestand. De ITCZ heeft geen vaste ligging maar verschuift met het verplaatsen van de loodrechte zonnestand. Omdat land sneller opwarmt dan zee, is de verschuiving boven land het sterkst.
- landdegradatie
- Alle veranderingen in het landschap die het vermogen van de bodem verminderen om het natuurlijke ecosysteem in stand te houden, of om gewassen en andere natuurlijke hulpbronnen te produceren.
- lithosfeer
- De vaste buitenkant van de aarde (buitenste laag van de mantel plus de aardkorst) die is opgebouwd uit platen die ten opzichte van elkaar bewegen.
- mediterraan klimaat
- Gematigd zeeklimaat met droge, warme zomers. De winters zijn vrij nat en mild, met in de koudste maand een gemiddelde temperatuur die hoger ligt dan -3 °C, maar lager dan 18 °C.
- mediterrane landbouwtypen
- Landbouwtypen in de subtropische zone, waarbij vooral gebruikgemaakt wordt van gewassen die veel zon nodig hebben en die goed tegen de droogte kunnen.
- mediterrane vegetatie
- De groenblijvende plantengroei in de subtropische zone, die is aangepast aan het vochttekort in de droge zomer van het mediterrane klimaat. De planten hebben uitgebreide wortelstelsels om voldoende water te bereiken en kleine, leerachtige bladeren om zo weinig mogelijk water te verdampen.
- Middellandse Zeeklimaat
- Gematigd zeeklimaat met droge, warme zomers. De winters zijn vrij nat en mild, met in de koudste maand een gemiddelde temperatuur die hoger ligt dan -3 °C, maar lager dan 18 °C.
- milieuramp
- Ramp door menselijke oorzaak waarbij sprake is van grote schade aan de natuur.
- natuurramp
- Ramp door natuurlijke oorzaak waarbij sprake is van grote schade aan de natuur.
- plooiingsgebergte
- Opgeheven, geplooide stukken aardkorst, die ontstaan bij een convergerende plaatbeweging.
- pyroklastica
- Verzamelnaam voor al het losse materiaal (as, stukken lava, glasdeeltjes en stenen) en het gas dat door een vulkaan wordt uitgestoten.
- risicoperceptie
- De subjectieve inschatting van de samenleving, een groep mensen of een individu van mogelijk gevaar.
- schildvulkaan
- Brede vulkaan met een flauwe helling, die ontstaat door effusieve erupties.
- slenken
- Valleien die ontstaan zijn doordat delen van de aardkorst langs langgerekte breuken naar beneden zijn gezakt.
- stratovulkaan
- Kegelvormige vulkaan met vrij steile hellingen, die ontstaat door explosieve erupties. Een stratovulkaan bestaat uit afwisselende lagen gestolde lava en los materiaal.
- subductie
- Proces waarbij een oceanische plaat onder een andere plaat met een lagere dichtheid duikt.
- subtropische zone
- Landschapszone tussen de tropen en de gematigde breedten, de warme gematigde zone ofwel subtropen, met een Middellandse Zeeklimaat en altijdgroene mediterrane vegetatie.
- transforme plaatgrens
- Grens tussen twee delen van platen die langs elkaar bewegen.
- variabiliteit van de neerslag
- De mate van onregelmatigheid van de neerslag die in een gebied valt. De neerslag kan onregelmatig zijn in omvang (hoeveel neerslag valt er), in tijd (wanneer valt de neerslag) en in ruimte (waar valt de neerslag).
- (versnelde) bodemerosie
- Bodemerosie is het opnemen en afvoeren van gronddeeltjes aan de bovenkant van de bodem door wind of water. Er is sprake van versnelde bodemerosie als menselijke activiteiten de erosie versterken, bijvoorbeeld door het kappen van bomen of het braak laten liggen van de grond.
- verwoestijning
- Een ernstige vorm van landdegradatie waarbij in een gebied door natuurlijke of menselijke oorzaken steeds minder planten en gewassen groeien en waarbij het gebied steeds meer woestijnachtige kenmerken krijgt.
- verzilting
- Toename van de concentratie aan zouten in en op de bodem en in het water; vaak het gevolg van het verdampen van irrigatiewater.
- waterbalans
- De balans van de toevoer, opslag en afvoer van water in een gebied.
- waterproblematiek
- Problemen die ontstaan met de watervoorraad in een gebied. Vaak ontstaan deze doordat er meer water aan het gebied onttrokken wordt dan dat er aangevuld wordt.