Cellen in het zenuwstelsel
Publiek
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- Neuron
- Een zenuwcel die informatie overdraagt via impulsen en bestaat uit een cellichaam met uitlopers.
- Cellichaam
- Het deel van een neuron dat de celkern bevat.
- Dendrieten
- Uitlopers van een neuron die impulsen aanvoeren vanaf zintuigcellen of andere neuronen naar het cellichaam toe.
- Axon
- De afvoerende uitloper van een neuron die impulsen van het cellichaam af geleidt.
- Synaps
- Een contactplaats waar een neuron zijn informatie overdraagt aan een andere cel.
- Neurotransmitter
- Een speciale stof die in een synaps de informatieoverdracht tussen cellen verzorgt.
- Sensorische neuronen
- Neuronen die impulsen van zintuigcellen ontvangen en deze naar de hersenen of het ruggenmerg voeren.
- Spinale ganglia
- Verdikkingen aan de achterzijde van het ruggenmerg waarin de cellichamen van sensorische neuronen bij elkaar liggen.
- Myelineschede
- Een isolerende laag om de uitlopers van een neuron die bescherming biedt en de geleidingssnelheid van impulsen verhoogt.
- Cellen van Schwann
- Cellen die de myelineschede rondom de uitlopers van neuronen vormen.
- Schakelneuronen
- Neuronen in de hersenen of het ruggenmerg die impulsen naar andere neuronen doorschakelen.
- Motorische neuronen
- Neuronen die impulsen van de hersenen of het ruggenmerg naar spieren en klieren voeren.
- Gliacellen
- Ondersteunende cellen in het zenuwstelsel die neuronen voeden, beschermen of de myelineschede vormen.
- Zenuwen
- Bundels gemyeliniseerde uitlopers van neuronen met bindweefsel en bloedvaten.
- Gemengde zenuwen
- Zenuwen die zowel dendrieten van sensorische neuronen als axonen van motorische neuronen bevatten.
- Sensorische zenuwen
- Zenuwen die uitsluitend impulsen van zintuigen doorgeven aan de hersencentra.
- Motorische zenuwen
- Zenuwen die uitsluitend spieren aansturen.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–