Begrippen: Werken voor de winst
Publiek
Woorden in deze lijst (29)
Origineel
- marktsector
- De bedrijven die naar winst streven of in ieder geval de gemaakte kosten willen terugverdienen.
- zwartwerk
- Betaald werk waarover geen belastingen en sociale premies worden betaald.
- grijswerk
- Onbetaalde productie zoals vrijwilligerswerk of werk in de huishouding.
- afzet
- Het aantal producten dat wordt verkocht in een periode.
- belasting toegevoegde waarde (btw)
- Belasting die betaald wordt bij de aankoop van goederen en diensten.
- consumentenprijs (winkelprijs)
- Prijs die de consument voor een product moet betalen. Dit is de verkoopprijs inclusief btw.
- omzet
- De verkoopopbrengst in een periode.
- inkoopwaarde van de verkopen
- Het bedrag dat een bedrijf heeft betaald voor de verkochte producten.
- brutowinst
- Het verschil tussen de omzet en de inkoopwaarde.
- bedrijfskosten
- Alles wat een bedrijf kwijt is voor de productie van goederen en diensten.
- variabele kosten
- De kosten die omhooggaan als het drukker wordt in een bedrijf.
- vaste kosten
- De kosten die onafhankelijk zijn van de bedrijfsdrukte.
- afschrijvingskosten
- De waardevermindering van duurzame goederen.
- kostprijs
- De inkoopprijs en bedrijfskosten per product.
- nettowinst
- Het bedrag dat overblijft nadat de bedrijfskosten van de brutowinst zijn afgetrokken.
- brutowinstopslag
- Het verschil tussen de inkoopprijs en verkoopprijs exclusief btw in euro’s.
- brutowinstmarge
- Het verschil tussen de inkoopprijs en de verkoopprijs van een product in procenten van de inkoopprijs of verkoopprijs.
- maatschappelijke kosten (negatieve externe effecten)
- Nadelen van de productie en consumptie voor de samenleving.
- maatschappelijke baten (positieve externe effecten)
- Voordelen van de productie en consumptie voor de samenleving.
- MVO (maatschappelijk verantwoord ondernemen)
- De ondernemer houdt rekening met het milieu en de mensen die afhankelijk zijn van het bedrijf.
- homogeen product
- Er is geen verschil tussen gelijksoortige producten van verschillende aanbieders.
- heterogeen product
- Er is wel een verschil tussen gelijksoortige producten van verschillende aanbieders.
- monopolistische concurrentie
- Er zijn veel aanbieders van een heterogeen product.
- volkomen concurrentie
- Er zijn veel aanbieders van een homogeen product.
- oligopolie
- Een marktvorm met weinig aanbieders van een product.
- kartel
- Ondernemingen die afspraken hebben om de concurrentie te verminderen.
- wettelijk monopolie
- Een onderneming die het alleenrecht op de verkoop van een product heeft gekregen van de overheid.
- natuurlijk monopolie
- Er is één aanbieder op de markt doordat geen enkel bedrijf de concurrentie wil aangaan vanwege de hoge investeringen.
- technisch monopolie
- Een bedrijf bezit als enige de technische kennis om een product te maken.