Overzicht begrippen
Publiek
Woorden in deze lijst (9)
Origineel
- Indicator
- Een indicator is een stof waarvan de kleur afhankelijk is van de pH van de oplossing waarmee deze is gemengd.
- pH of zuurgraad
- pH is een getalwaarde die aangeeft of een oplossing zuur, basisch of neutraal is. Een oplossing is zuur bij een pH < 7, basisch bij een pH > 7 en neutraal bij een pH = 7.
- pH berekenen
- De pH van een oplossing bereken je met pH = -log [H3O+]. Bij een gegeven pH bereken je de molariteit van de H3O+-ionen met [H3O+] = 10^-pH. Bij het rekenen met de pH is het aantal significante cijfers van de [H3O+] gelijk aan het aantal decimalen van de pH.
- Sterk zuur
- Een sterk zuur is een zuur (met de algemene formule HZ) dat in water volledig ioniseert: HZ + H2O → H3O+ + Z-. De notatie van een oplossing van een sterk zuur is: H3O+ (aq) + Z- (aq).
- Zoutzuur
- Als je waterstofchloride (HCl) oplost in water ontstaat zoutzuur; notatie: H3O+ (aq) + Cl- (aq).
- Zuur (macroniveau)
- Een zuur is een stof die de pH van een oplossing verlaagt en de geleidbaarheid van de oplossing verhoogt.
- Zuur (microniveau)
- Een zuur is een deeltje dat, in contact met water, één of meer H+-ionen kan afstaan. Hierbij ontstaat ook een vaak negatief geladen zuurrest.
- Zuurconstante (Ks)
- De zuurconstante is de evenwichtsconstante bij een oplossing van een zwak zuur in water. Ks = [H3O+][Z-] /
[HZ] - Zwak zuur
- Een zwak zuur is een zuur (met de algemene formule HZ) dat in water slechts gedeeltelijk ioniseert: HZ + H2O ⇌ H3O+ + Z-. De notatie van een oplossing van een zwak zuur is: HZ (aq).