Begrippen H3 Politieke Revoluties
Publiek
3keer geoefend
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- Ancien régime
- Een bestuur waarbij de koning absolute macht heeft en sommige groepen (standen) speciale voorrechten hebben.
- Bataafse Republiek
- De Nederlandse Republiek die is gesticht door patriotten en heeft bestaan van 1795 tot 1806.
- Bataafse Revolutie
- Grote verandering in de samenleving en het bestuur in Nederland vanaf 1795 tot 1798.
- Burgerlijke stand
- Een lijst waarin het bestuur vastlegt wanneer burgers zijn geboren, zijn getrouwd en zijn overleden.
- Censuur
- Het verbod door de regering op het openbaar maken van bijvoorbeeld teksten, toneel- en muziekstukken.
- Dictatuur
- Een bestuur waarin een persoon (geen koning of keizer) of een kleine groep alle macht heeft.
- Eenheidsstaat
- Een land waarin overal dezelfde wetten en regels gelden en waarin het centrale bestuur het belangrijkste bestuur is.
- Franse Revolutie
- Grote, plotselinge verandering van de samenleving en het bestuur in Frankrijk tussen 1789 en 1799.
- Gematigden
- Groep mensen die niet al te veel veranderingen tegelijk wil doorvoeren of die de samenleving geleidelijk wil veranderen.
- Grondrecht
- Een basisrecht van elke burger.
- Grondwet
- Document waarin is vastgelegd wat de rechten en plichten van burgers zijn en hoe het bestuur is geregeld.
- Koninkrijk der Nederlanden
- Nederland sinds 1815.
- Oranjegezinden
- Groep Nederlanders die tijdens de Republiek aan de kant stonden van de stadhouders uit het huis van Oranje. Ook wel prinsgezinden genoemd.
- Patriot
- Nederlander die zich verzette tegen het bestuur van stadhouder en regenten. Een patriot wilde dat het volk meer invloed op het bestuur kreeg en dat alle burgers dezelfde rechten zouden krijgen.
- Privilege
- Voorrecht dat door de koning was verleend aan een geestelijke of edelman.
- Publiek debat
- Discussie over problemen in de samenleving waar een groot deel van de bevolking aan meedoet.
- Radicalen
- Groep mensen die snelle en grote veranderingen willen.
- Scheiding van de machten
- Door Montesquieu bedachte verdeling van de bestuurlijke macht in drie delen: de macht om wetten te maken (volksvertegenwoordiging), de macht om wetten uit te voeren (regering) en de macht om wetsovertreders te bestraffen (rechters).
- Staatsgreep
- Plotselinge verovering van de politieke macht in een land door een persoon of een kleine groep.
- Standensamenleving
- Samenleving die is verdeeld in drie groepen: geestelijkheid (eerste stand), adel (tweede stand) en burgers en boeren (derde stand). De eerste en de tweede stand hebben allerlei voorrechten.
- Terreur
- De periode in de Franse Revolutie waarin een kleine groep radicalen alle macht had en deze behield door tegenstanders met geweld angst aan te jagen.
- Tolerantie
- Verdraagzaamheid.
- Verlichting
- Manier van denken waarin geloof en traditie plaatsmaken voor logisch en verstandelijk redeneren.
- Volksvertegenwoordiging
- Een officiële bijeenkomst van vertegenwoordigers van het volk, waar politieke besluiten worden genomen.
- Revolutie
- Een snelle verandering die grote gevolgen heeft
- Rationeel denken
- Logisch denken.
- Code Napoleon
- Een wetboek dat werd ingevoerd door Napoleon en dat uitging van het idee dat voor alle burgers dezelfde wetten gelden.
- Continentaal stelsel
- Door Napoleon uitgevaardigde verbod om vanaf het Europese vasteland handel te drijven met Groot-Britannië.
- ca. 1650
- Begin van de Verlichting.
- 1799
- In Frankrijk komt Napoleon aan de macht.
- 1815
- Napoleon wordt bij Waterloof definitief veslagen.