De huid en het onderhuidse bindweefsel
Publiek
Woorden in deze lijst (14)
Origineel
- Infectie
- Een situatie waarbij een of meer ziekteverwekkers het lichaam zijn binnengekomen en zich daar vermenigvuldigen.
- Opperhuid
- Het buitenste deel van de huid, bestaande uit de kiemlaag en de hoornlaag.
- Kiemlaag
- De onderste laag van de opperhuid bestaande uit levende cellen die zich voortdurend delen.
- Hoornlaag
- De buitenste laag van de opperhuid bestaande uit dode, verhoornde celresten.
- Verhoornen
- Het proces waarbij cellen veel hoornstof maken en vervolgens afsterven.
- Eelt
- Een extra dikke hoornlaag op plaatsen waar de huid veel slijt, zoals de voetzolen.
- Pigment
- Donkere kleurstof in de kiemlaag die de delende cellen beschermt tegen de schadelijke invloed van ultraviolette straling.
- Haarzakje
- Een uitstulping van de kiemlaag in de lederhuid waaruit een haar groeit.
- Talg
- Een vettige stof uit de talgklieren die het haar en de hoornlaag soepel houdt.
- Lederhuid
- De huidlaag onder de opperhuid waarin bloedvaten, haarspiertjes, zweetklieren, zintuigen en zenuwen liggen.
- Tastknopjes
- Structuren vlak onder de kiemlaag waarin de tastzintuigen liggen.
- Onderhuids bindweefsel
- De laag onder de huid waarin vet ligt opgeslagen in vetcellen.
- Vetcellen
- Cellen in het onderhuidse bindweefsel die dienen als reservevoedsel en als isolerende laag tegen warmteverlies.
- Warmbloedig
- Het hebben van een vrijwel constante lichaamstemperatuur, zoals bij de mens (37 °C).