Frans thema 3
Publiek
4
Woorden in deze lijst (112)
Origineel
- le cinéma
- de bioscoop
- le concert
- het concert
- la chanson
- het lied
- l'artiste
- de artiest
- l'affiche
- het affiche
- organiser
- organiseren
- entrer
- naar binnen gaan
- rire
- lachen
- pleurer
- huilen
- sortir
- uitgaan/
naar buiten gaan - le spectacle
- de voorstelling
- la vente
- de verkoop
- l'ambiance
- de sfeer
- favorite
- lievelings
- derrière
- achter
- près de
- dichtbij
- avant
- voor(tijd)
- après
- na
- sur
- op
- devant
- voor(plaats)
- gratuit
- gratis
- pratique
- praktisch
- le terrain
- het terrein
- la scène
- het podium
- la performance
- de voorstelling/
het optreden - l'arrĂªt de bus/
métro - de bushalte/
de metrohalte - garer
- parkeren
- Ă pied
- te voet
- à vélo
- met de fiets
- en métro
- met de metro
- toute la journée
- de hele dag
- emporter
- meenemen
- partout
- overal
- l'eau potable
- drinkwater
- trouver
- vinden
- dessiner
- tekenen
- gagner
- winnen,verdienen
- jouer
- spelen
- en plein air
- in de openlucht
- il y a
- er is,er zijn
- passer
- doorbrengen
- voir
- zien
- toute le monde
- iedereen
- le monde (entier)
- de (hele) wereld
- ne...rien
- niets
- pendant
- tijdens
- plusieurs
- meerdere
- la BD
- het stripboek
- varié
- gevarieerd,afwisselend
- découvrir
- ontdekken
- l'acteur
- de acteur
- l'actrice
- de actrice
- la suprise
- de verrassing
- la première
- de première
- le festival
- het festival
- la signature
- de handtekening
- rentrer
- naar huis gaan,thuiskomen
- regarder
- kijken
- ne...jamais
- nooit
- ne...plus
- niet meer
- possible
- mogelijk
- autre
- andere
- rĂ©pondre Ă
- antwoorden
- attendre
- wachten(op)
- l'invitation
- de uitnodiging
- oĂ¹
- waar
- Ă gauche
- links,naar links
- Ă droite
- rechts,naar rechts
- en face de
- tegenover
- à côté de
- naast
- chercher
- zoeken
- demander
- vragen
- j'ai perdu
- ik heb...verloren
- les toilettes
- de wc
- la caisse
- de kassa
- se trouver
- zich bevinden
- camper
- kamperen
- l'entrée
- de ingang
- la sortie
- de uitgang
- le poste de secours
- de hulppost,de EHBO-post
- Quel est votre film préféré?
- Wat is uw favoriete film?
- Qu'est-ce que vous pensez de...
- Wat vindt u van...
- Je peux poser quelques questions?
- Mag ik wat vragen stellen?
- On ne sait jamais.
- Je weet maar nooit.
- Ezcusez-moi, le camion Ă pizza se trouve oĂ¹?
- Sorry, waar is de pizzakraam?
- Les toilettes, c'est oĂ¹, s'il vous plaĂ®t?
- Kunt u me vertellen waar de toiletten zijn?
- il y a un magasin de souvenirs ici?
- Is hier een souvenirwinkel?
- Vous avez oĂ¹ se trouve la caisse, madame?
- Weet u waar de kassa is, mevrouw?
- je vois
- ik zie
- tu vois
- jij ziet
- il/
elle/ on voit - hij,zij,men ziet
- nous voyons
- wij zien
- vous voyez
- jullie zien/
u ziet - ils/
elles voient - zij zien
- j'ai vu
- ik heb gezien
- tu as vu
- jij hebt gezien
- ill/
elle/ on a vu - hij,zij,men heeft gezien
- nous avons vu
- wij hebben gezien
- vous avez vu
- jullie hebben gezien/
u heeft gezien - ils/
elles ont vu - zij hebben gezien
- j'ai été
- ik ben geweest
- tu été
- jij bent geweest
- il/
elle/ on a été - hij,zij,men is geweest
- nous avons été
- wij zijn geweest
- vous avez été
- jullie zijn geweest/
u bent geweest - ils/
elles ont été - zij zijn geweest
- j'ai eu
- ik heb gehad
- tu as eu
- jij hebt gehad
- il/
elle/ on a eu - hij,zij,men heeft gehad
- nous avons eu
- wij hebben gehad
- vous avez eu
- jullie hebben gehad/
u heeft gehad - ils/
elles ont eu - zij hebben gehad