begrippen
Publiek
4
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- aanslibbingskust
- Kust waarbij de afzetting van materiaal overheerst.
- bodemdaling
- Daling van de bodem door ontwatering of delfstoffenwinning.
- delfstof
- Grond- en brandstof die je uit de aarde haalt.
- dijkring
- Een gebied dat wordt beschermd door primaire waterkeringen.
- dijkverbetering
- Het verhogen en versterken van dijken.
- evacueren
- Een gebied verlaten, omdat het er niet meer veilig is.
- glaciaal
- Koude periode waarin de gemiddelde temperatuur op aarde een paar graden daalt en waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen. Heet ook ijstijd.
- gletsjer
- Enorme ijsmassa die langzaam naar beneden schuift.
- grondsoort
- Het losse materiaal aan de oppervlakte van de aardkorst.
- ijstijd
- Koude periode waarin waarin zich op het land uitgestrekte ijskappen vormen. Heet ook glaciaal.
- interglaciaal
- Warmere periode tussen twee ijstijden (glacialen) in.
- klimaatadaptatie
- Aanpassing aan de klimaatverandering om de gevolgen ervan te verminderen.
- landijs
- Laag eeuwige sneeuw op het land die tot ijs is samengeperst.
- ontpolderen
- Gebieden die eerst binnendijks lagen, komen door het verlagen of verleggen van dijken buitendijks te liggen.
- overstromingsrisico
- Kans op een overstroming en de gevolgen daarvan.
- polder
- Gebied waar de waterstand kunstmatig wordt beheerd.
- primaire waterkering
- Waterkering die bescherming biedt tegen hoogwater in de grote rivieren, het Markermeer, het IJsselmeer en de zee.
- relatieve zeespiegelstijging
- De combinatie van de absolute zeespiegelstijging en het effect van de bodemdaling.
- stormvloedkering
- Beweegbare waterkering in rivieren en zeearmen.
- veen
- Grondsoort die bestaat uit vergane plantenresten.
- waterschap
- Organisatie die zorgt voor waterveiligheid, waterzuivering en genoeg zoet water.
- zandsuppletie
- Toevoeging van grote hoeveelheden zand langs de kust, waardoor de kust zich richting zee kan uitbreiden.
- zeespiegel
- De gemiddelde hoogte van het zeewater.