Bouw, groei en ontwikkeling
Publiek
Woorden in deze lijst (35)
Origineel
- Dekweefsel (epidermis)
- De buitenzijde van een plant die beschermt tegen waterverlies en infecties.
- Vaatweefsel
- Weefsel dat voornamelijk bestaat uit transportvaten (houtvaten en bastvaten).
- Vulweefsel (grondweefsel)
- Weefsel tussen het dekweefsel en het vaatweefsel dat een rol speelt bij fotosynthese, opslag en stevigheid.
- Houtvaten
- Transportvaten die water en voedingsstoffen vervoeren.
- Bastvaten
- Transportvaten voor het vervoer van water en voedingsstoffen zoals assimilatieproducten.
- Vaatbundels
- Groepjes vaten die bij elkaar liggen in kruidachtige stengels.
- Nerven
- De plaatsen in bladeren waar de transportvaten liggen.
- Ontwikkeling
- Alle veranderingen die plaatsvinden tijdens de groei van een plant, zoals het specialiseren van cellen en het ontstaan van nieuwe organen.
- Deelweefsel (meristeem)
- Weefsel waar celdelingen plaatsvinden, zoals in de toppen van wortels en stengels, in knoppen en in jonge bladeren.
- Groeipunten
- De toppen van stengels en wortels die zorgen voor lengtegroei.
- Stamcellen
- De cellen in het deelweefsel waaruit na deling nieuwe deelweefselcellen of cellen die gaan groeien ontstaan.
- Celstrekking
- De groei van een cel door de opname van water.
- Celdifferentiatie
- Het proces waarbij een cel van vorm verandert.
- Celspecialisatie
- Het proces waarbij een cel een speciale functie krijgt.
- Cambium
- Een ringvormig deelweefsel in houtachtige planten dat zorgt voor diktegroei.
- Zeefplaat
- Dwarswand met openingen tussen de cellen van bastvaten.
- Jaarring
- Al het hout dat gedurende één jaar is gevormd.
- Voorjaarshout
- Deel van de jaarring met wijde houtvaten en dunne wanden dat in het voorjaar ontstaat.
- Zomerhout
- Deel van de jaarring met nauwere houtvaten en dikkere wanden dat in de zomer ontstaat.
- Jaargrens
- De scherpe overgang tussen het donkere zomerhout en het lichte voorjaarshout.
- Plastiden
- Celorganellen in planten en algen met functies voor fotosynthese, het lokken van insecten of het opslaan van reservestoffen.
- Proplastiden
- Kleine organellen in het deelweefsel waaruit plastiden worden gevormd.
- Etioplasten
- Bladgroenkorrels die in het donker worden gevormd en nog niet aan licht zijn blootgesteld.
- Chloroplasten (bladgroenkorrels)
- Plastiden die zorgen voor de groene kleur en belangrijk zijn voor de fotosynthese.
- Chromoplasten (kleurstofkorrels)
- Plastiden met kleurstoffen die zich hebben ontwikkeld uit chloroplasten.
- Leukoplast
- Kleurloze plastide die gespecialiseerd is in het opslaan van stoffen zoals zetmeel, olie of eiwitten.
- Amyloplasten
- Leukoplasten die gespecialiseerd zijn in het opslaan van zetmeel.
- Elaioplasten
- Leukoplasten die gespecialiseerd zijn in het opslaan van olie.
- Proteïnoplasten
- Leukoplasten die gespecialiseerd zijn in het opslaan van eiwitten.
- Dendrochronologen
- Wetenschappers die hout dateren aan de hand van jaarringen.
- Groeikalender
- Een overzicht van jaarringpatronen waarmee de ouderdom van hout kan worden bepaald.
- Drooggewicht
- Het gewicht van een plant nadat het water eraan is onttrokken.
- Versgewicht
- Het gewicht van een plant inclusief het aanwezige water.
- Etioleren
- Een vorm van tuinbouw waarbij planten zich in het donker ontwikkelen.
- Jaarringpatronen
- De patronen van ringbreedten in bomen die informatie geven over groeiomstandigheden.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–