Rivieren: de invloed van de mens
Publiek
Woorden in deze lijst (16)
Origineel
- Winterdijken
- Hoge dijken die langs de rivier zijn aangelegd om het binnendijkse land bij hoogwater te beschermen tegen overstromingen.
- Zomerdijken
- Lagere dijken direct langs de rivier die het water bij een normale waterstand in het zomerbed houden.
- Zomerbed
- De bedding van de rivier tussen de zomerdijken waar het water in de zomer doorheen stroomt.
- Uiterwaarden
- Het gebied tussen de zomerdijk en de winterdijk dat bij hoogwater kan overstromen.
- Buitendijks gebied
- Het gebied tussen de beide winterdijken dat niet door de hoofddijken wordt beschermd tegen overstromingen.
- Winterbed
- Het gebied tussen de winterdijken waar de rivier bij hoogwater stroomt, bestaande uit het zomerbed en de uiterwaarden.
- Binnendijks gebied
- Het gebied achter de dijken waar mensen wonen en dat beschermd wordt door de winterdijken.
- Dwarsprofiel
- Een schematische afbeelding van een dwarsdoorsnede van een rivier die de ligging van dijken en uiterwaarden laat zien.
- Meanderen
- Het proces waarbij een rivier natuurlijke bochten vormt door erosie in de buitenbocht en sedimentatie in de binnenbocht.
- Dijkverzwaringen
- Het verhogen en verstevigen van bestaande dijken om de veiligheid tegen overstromingen te vergroten.
- Kanalisatie
- Het menselijk aanpassen van een rivier door bochten recht te trekken en waterbouwkundige werken zoals stuwen aan te leggen.
- Kribben
- Kleine stenen dammetjes die dwars op de oever in de rivier staan om de vaargeul diep te houden en de oevers te beschermen.
- Stuwen
- Beweegbare waterkeringen in een rivier die de waterstand op peil houden.
- Sluizen
- Installaties die schepen laten passeren tussen rivierdelen met een verschillend waterpeil.
- Vertragingstijd
- De hoeveelheid tijd die regenwater nodig heeft om na een bui in de rivier terecht te komen.
- Piekafvoer
- De maximale afvoer van een rivier na een periode met veel neerslag of smeltwater.