Parler de ses activités
Publiek
Woorden in deze lijst (12)
Origineel
- qu'est-ce que tu as fait cet été?
- wat heb je deze zomer gedaan?
- j'ai été à la plage.
- ik ben naar het strand geweest.
- j'ai fait du vélo.
- ik heb gefietst.
- j'ai visité un musée.
- ik heb een museum bezocht.
- c'était comment?
- hoe was het?
- c'était génial!
- het was geweldig!
- vous avez fait du camping?
- hebben jullie gekampeerd?
- non, on a été à l'hôtel.
- nee, we zijn in een hotel geweest.
- on a loué un appartement.
- we hebben een appartement gehuurd.
- tu as parlé français?
- heb je Frans gesproken?
- oui, un peu. /
non, pas du tout. - ja, een beetje. /
nee, helemaal niet. - maintenant, j'ai beaucoup d'amis français.
- ik heb nu veel Franse vrienden.