duits leren lektion 1
Publiek
1
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- das alter
- de leeftijd
- aufgeregt
- opgewonden
- begeistert
- enthousiast
- ergolf
- het succes
- gefärlich
- gevaarlijk
- gewinnen
- winnen
- insgesamt
- in totaal
- klappen
- lukken
- die mannschaft
- het team
- das mitglied
- het lid
- der sieger
- de winnaar
- die sieger
- de winnares
- der see
- het meer
- spazieren gehen
- wandelen
- die sportart
- de tak van sport
- die stunden
- het uur
- teilnehmen
- deelnemen
- üben
- oefenen
- der wettkampf
- de wedstrijd
- die wiese
- het weiland
- zusammen
- samen
- der zuschauer
- de toeschouwer
- die zuschauerin
- de toeschouwster