Module 3: Markt en overheid - 4/5/6 VWO - hoofdstuk 2
Publiek
Woorden in deze lijst (21)
Origineel
- Arbitrage
- onderlinge doorverkoop
- Bertrandduopolie
- duopolie met prijsconcurrentie
- Bertrandparadox
- paradoxaal resultaat waarbij in een markt met twee aanbieders geen enkele aanbieder winst maakt
- Betwistbaar monopolie
- markt met één aanbieder en vrije toetreding
- Conjuncturele werkloosheid
- werkloosheid die ontstaat doordat de economie zich in een periode van laagconjunctuur bevindt
- Cournotduopolie
- duopolie met hoeveelheidsconcurrentie
- Efficiënt marktevenwicht
- markt waarop het totale surplus maximaal is
- Harberger driehoek
- verlies aan surplus bij een monopolie
- Hoeveelheidsconcurrentie
- situatie waarbij aanbieders een winstmaximaliserende hoeveelheid kiezen
- Lernerindex
- index van marktmacht
- Marktmacht
- vermogen om een prijs te vragen die hoger is dan de MK
- Marktsegment
- groep consumenten met een gemeenschappelijk kenmerk, zoals geslacht of leeftijd
- Niche
- marktsegment
- Pareto-efficiënt
- situatie waarbij geen enkele partij erop vooruit kan gaan zonder dat ten minste één partij erop achteruitgaat
- Perfecte prijsdiscriminatie
- vorm van prijsdiscriminatie waarbij iedereen een prijs betaalt gelijk aan zijn individuele betalingsbereidheid
- Prijsconcurrentie
- situatie waarbij aanbieders een winstmaximaliserende prijs kiezen
- Prijsdiscriminatie
- situatie waarbij verschillende consumenten verschillende prijzen betalen voor hetzelfde product
- Reactielijn
- lijn die de winstmaximaliserende productie geeft bij iedere productieomvang van de concurrent
- Residuele vraag
- deel van de vraag dat overblijft nadat de concurrent zijn productie heeft afgezet
- Residuele vraaglijn
- lijn die de residuele vraag weergeeft
- Structurele werkloosheid
- werkloosheid die ontstaat doordat er bij de winstmaximaliserende productie structureel minder arbeid wordt gevraagd