2. Endogene en exogene krachten
Publiek
Woorden in deze lijst (55)
Origineel
- aardbeving
- Ontstaat langs plaatgrenzen doordat platen tegen elkaar blijven drukken totdat de spanning te groot wordt en de platen met een schok losschieten.
- asthenosfeer
- Het plastische gedeelte van de aardmantel onder de lithosfeer.
- basalt
- Snel aan het aardoppervlak, afgekoeld vulkanisch gesteente met heel weinig herkenbare mineralen. Wordt vaak aangetroffen in zeshoekige zuilen.
- breukgebergte
- Een opheffing van de aardkorst langs breuken, boven een opstijgende convectiestroom.
- caldera
- Komvormige diepte die ontstaat wanneer, na een explosieve eruptie, de gelegen magmakamer instort. Een caldera kan ook ontstaan doordat de top van de vulkaan door de eruptie is weggeblazen.
- chemische verwering
- Een gesteente verandert van samenstelling doordat een deel van het gesteente oplost en het andere deel niet.
- convectiestroom
- De stroming van taai vloeibaar gesteente in de asthenosfeer, die verantwoordelijk is voor de platentektoniek.
- convergente plaatgrens
- Grens tussen twee naar elkaar toe bewegende platen.
- delta
- Sedimentatie aan de monding van een rivier, doordat de rivier meer sediment aanvoert dan dat er door de golfwerking van de zee wordt afgebroken.
- diepzeetrog
- Een langgerekte diepte in de oceaan, parallel aan de convergente plaatgrens.
- divergente plaatgrens
- Grens tussen twee uit elkaar bewegende platen boven een opstijgende convectiestroom.
- effusieve eruptie
- Relatief rustige uitbarsting die veroorzaakt wordt door relatief vloeibaar magma en weinig gasdruk.
- erosie
- Het uitschuren van een gesteente door water, wind of ijs met behulp van verweringsmateriaal tijdens het transporteren van verweringsmateriaal.
- explosieve eruptie
- Heftige uitbarsting die wordt veroorzaakt door taai stroperig magma en een hoge gasdruk.
- fysische verwering
- Zie: mechanische verwering.
- gebergtevorming
- Een convergerende plaatbeweging zorgt voor horizontale en verticale druk op een stuk aardkorst dat vervolgens opgeheven wordt.
- geologische tijdschaal
- Een samenvatting van de 4,6 miljard jaar durende geschiedenis van de aarde.
- gesteentekringloop
- De verplaatsing van gesteenten over de aarde, in de vorm van stollingsgesteenten, sedimentgesteenten of metamorfgesteente.
- graniet
- Langzaam, op grote diepte, afgekoeld stollingsgesteente met duidelijk herkenbare mineralen: kwarts,mica en veldspaten.
- horsten
- Vaak langgerekte stukken aardkorst langs breuken die tussen twee slenken liggen en niet zakken.
- hotspot
- Plek op de aardkorst boven een vanaf de onderzijde van de aardmantel geïsoleerde kolom opstijgend heet gesteente.
- hydrologische kringloop
- Alle verplaatsingen van water over de aarde.
- intensiteit
- Hoeveelheid schade aan mensen en gebouwen vaststellen door te kijken (zie: schaal van Mercalli).
- kalksteen
- Sedimentgesteente dat ontstaat doordat losse kalkkorrels aan elkaar plakken of doordat kalk neerslaat uit het water.
- leisteen
- Een metamorf gesteente dat ontstaat doordat klei of schalie onder invloed van hitte en druk van vorm verandert of rekrystalliseert.
- lithosfeer
- De vaste buitenkant van de aarde (buitenste laag van de aardmantel + aardkorst) die is opgebouwd uit platen die ten opzichte van elkaar bewegen.
- magnitude
- De sterkte van een aardbeving (zie: schaal van Richter).
- marmer
- Een metamorf gesteente dat ontstaat doordat kalksteen onder invloed van hitte en druk van vorm verandert of rekrystalliseert.
- massabewegingen
- Bewegingen (vallen, vloeien of glijden) die ontstaan door de invloed van de zwaartekracht op los verweringsmateriaal dat op een helling ligt.
- mechanische verwering
- Een gesteente dat in steeds kleinere stukken gebroken wordt zonder dat dit gesteente van samenstelling verandert.
- metamorf gesteente
- Gesteente dat is ontstaan door verandering in hitte en/
of druk, waardoor het gesteente van vorm verandert en rekrystalliseert. - (mid)oceaansiche rug
- Een langgerekt gebergte met vulkanen langs de grens van twee divergente platen op de bodem van de oceaan.
- morene
- Sedimenten die zijn neergelegd door gletsjers.
- platentektoniek
- Het bewegen van de continenten, de platen, onder invloed van convectiestromen.
- plooiingsgebergte
- Opgeheven, geplooide stukken aardkorst die ontstaan bij een convergerende plaatbeweging.
- puinhelling
- Een verzameling losse stukken steen die in een gebergte in een vrije val naar beneden zijn gekomen en aan de voet van de berg liggen.
- puinwaaier
- Een kegelvormige afzetting van grof materiaal dat neergelegd is door een rivier op de grens van een bergachtig gebied en een vlakte doordat de rivier zijn bedding opvult en zich moet verplaatsen.
- pyroklastica
- Een verzamelnaam voor al het losse (vloeibare of vaste) materiaal dat door een vulkaan wordt uitgestoten.
- rivierstelsel
- Een rivier met zijn zijrivieren.
- schaal van Mercalli
- Een schaal die het effect van een aardbeving weergéeft door te kijken naar de intensiteit van de schade aan mensen en gebouwen.
- schaal van Richter
- Een schaal die de sterkte (magnitude) van een aardbeving aangeeft door de omvang van de trillingen (of de vrijgekomen energie) te meten.
- schildvulkaan
- Brede vulkanen met een flauwe helling die ontstaan bij een effusieve eruptie.
- sedimentatie
- Het neerleggen van materiaal door water, wind of ijs.
- sedimentgesteente
- Gesteente dat ontstaat doordat (verwerings)materiaal wordt neergelegd door water, wind of ijs.
- slenken
- Vaak langgerekte stukken aardkorst die langs breuken naar beneden zakken.
- stollingsgesteente
- Gesteente dat ontstaat door het afkoelen en daardoor stollen van vloeibaar gesteente (magma of lava).
- stratovulkaan
- Een kegelvormige vulkaan met vrij steile hellingen die ontstaat bij een explosieve eruptie.
- stroomgebied
- Het hele gebied dat wordt ontwaterd door een rivier.
- subductie
- Wanneer de zwaardere oceanische plaat, door de dalende convectiestroom, onder de lichtere continentale plaat zakt.
- transforme plaatgrens
- Grens tussen twee platen die in tegengestelde richting langs elkaar bewegen.
- transport
- Vervoer van verweringsmateriaal door water, wind of ijs.
- tsunami
- Enorme vloedgolf die ontstaat doordat een aardbeving op de zeebodem (een zeebeving) de bovenliggende waterkolom verticaal verplaatst.
- verwering
- Het in stukken breken van een gesteente door exogene processen.
- vulkanisme
- Een verzamelnaam voor alle verschijnselen (gas, stoom, stenen, lava, vuur) die te maken hebben met de nabijheid van magma aan het aardoppervlak.
- zandsteen
- Sedimentgesteente dat ontstaat doordat losse zandkorrels aan elkaar plakken.