m begr h1 ak globalisering
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (59)
Origineel
- absolute afstand
- De afstand tussen twee plaatsen in een rechte lijn, ook wel hemelsbreed.
- absolute ligging
- De exacte locatie van een plaats op aarde, aangegeven met breedte- en lengtegraad.
- andersglobalist
- Iemand of organisatie die kritisch is over globalisering vanwege negatieve effecten voor mensen of milieu.
- belastingtarief
- Het percentage van je inkomen of winst dat je aan belasting moet betalen.
- bipolaire wereld
- Een wereld waarin twee landen of gebieden de meeste macht en invloed hebben.
- bruto binnenlands product (bbp)
- De totale waarde van alle producten en diensten die een land in een jaar produceert.
- bruto nationaal product (bnp)
- De totale waarde van alles wat inwoners van een land in een jaar produceren, zowel binnen als buiten het land.
- buitenlandse investering
- Geld dat een bedrijf of persoon in een ander land steekt om winst te maken.
- centrum
- Rijk en machtig land met veel economische, politieke en culturele invloed.
- centrum-periferiemodel
- Model dat landen indeelt in rijke centrumlanden, middelland-semi-periferie en arme periferielanden.
- communisme
- Systeem waarbij de overheid alle bedrijven bezit en bepaalt wat er geproduceerd wordt.
- culturele globalisering
- Wereldwijd steeds meer uitwisselingen van ideeën, gewoonten, muziek, films en taal.
- de-industrialisatie
- Het verdwijnen of verminderen van fabrieken en werk in de industrie.
- dekolonisatie
- Het onafhankelijk worden van een kolonie van een ander land.
- economische globalisering
- Het steeds meer verbonden raken van economieën, handel en productie tussen landen.
- exploitatiekolonie
- Kolonie die vooral grondstoffen levert en producten koopt van het moederland.
- foreign direct investment (FDI)
- Geld dat een bedrijf of land rechtstreeks in een ander land investeert.
- geopolitiek
- Strategie van landen om macht en invloed te krijgen over andere gebieden met economie, politiek of militaire middelen.
- globalisering
- Het wereldwijd met elkaar verbonden raken van mensen, bedrijven, economieën en culturen.
- global shift
- Het verplaatsen van het economische zwaartepunt van de ene regio naar de andere.
- handelsbelemmering
- Regels of belastingen die buitenlandse handel moeilijker maken.
- hegemoniale staat
- Land dat wereldwijd of regionaal dominante macht en invloed heeft.
- imperialisme
- Het uitbreiden van een land door andere gebieden te veroveren en te controleren.
- informatie- en communicatietechnologie (ICT)
- Digitale middelen die communicatie en informatie-uitwisseling makkelijker en sneller maken.
- innovatie
- Het bedenken of toepassen van iets nieuws of verbeterd, zoals een product, dienst of methode.
- internationale arbeidsverdeling
- Landen specialiseren zich in producten of diensten waarin ze het beste of goedkoopste zijn.
- kapitaalstroom
- Geld of waarde dat van het ene land naar het andere vloeit.
- kapitalisme
- Economisch systeem waarin bedrijven winst maken en beslissen wat geproduceerd wordt.
- kolonialisme
- Het bezetten en besturen van overzeese gebieden door een land, vaak om rijkdom te vergaren.
- kolonie
- Gebied dat wordt bestuurd door een ander land, meestal in een andere werelddeel.
- multinationale onderneming (mno)
- Bedrijf dat vestigingen of activiteiten in meerdere landen heeft.
- multipolaire wereld
- Wereld waarin meerdere landen of gebieden belangrijk en machtig zijn.
- nationalisme
- Het idee dat het eigen land, volk en cultuur belangrijker zijn dan andere landen.
- neokolonialisme
- Economische afhankelijkheid van voormalige kolonies of arme landen van rijke landen.
- neoliberalisme
- Politieke stroming die vrije markt, weinig overheid en internationale handel stimuleert.
- nieuw industrieland
- Land dat snel industrialiseert en groeit door export en buitenlandse investeringen (NIC).
- offshoring
- Het verplaatsen van productie of werk naar een ander land om kosten te besparen.
- outsourcing
- Het uitbesteden van werk of taken aan een ander bedrijf of land.
- Pacific Rim
- Gebieden rond de Grote Oceaan die snel groeien in economie en handel.
- periferie
- Arm land dat afhankelijk is van rijkere landen en weinig economische macht heeft.
- politieke globalisering
- Landen werken steeds meer samen op politiek gebied, zoals via organisaties en verdragen.
- productieketen
- Alle stappen die nodig zijn om een product te maken, van grondstof tot verkoop.
- protectie
- Maatregelen om eigen bedrijven en producten te beschermen tegen buitenlandse concurrentie.
- relatieve afstand
- Afstand tussen plaatsen uitgedrukt in tijd, kosten of moeite.
- relatieve ligging
- Hoe een plaats ligt ten opzichte van andere plaatsen of gebieden.
- reshoring
- Het terughalen van productie uit het buitenland naar het eigen land.
- ruilvoet
- De verhouding tussen de prijzen van exportproducten en importproducten.
- ruilvoetverslechtering
- Wanneer exportproducten minder waard worden ten opzichte van importproducten.
- semiperiferie
- Land dat tussen rijk en arm in zit, met deels economische macht en deels afhankelijkheid.
- slavernij
- Systeem waarin mensen eigendom zijn van anderen en geen vrijheid of rechten hebben.
- tijd-ruimtecompressie
- Afstand voelt kleiner door snellere communicatie en transport.
- transportnetwerk
- Verbonden routes waarlangs mensen en goederen reizen.
- transporttechnologie
- Technieken en middelen om vervoer sneller, goedkoper en groter te maken.
- unipolaire wereld
- Wereld met één land dat de meeste macht en invloed heeft.
- vestigingskolonie
- Kolonie waar mensen zich permanent vestigen en leven.
- vrijhandel
- Handel tussen landen zonder beperkingen of extra belastingen.
- vrijhandelsverdrag
- Afspraak tussen landen om handel makkelijker te maken door regels te verminderen.
- Wereldhandelsorganisatie (WTO)
- Organisatie die vrije handel tussen landen bevordert.
- wereldsysteem
- Indeling van de wereld in landen en gebieden op basis van economische en politieke macht.