1.1 organisme indelen
Publiek
0keer geoefend
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- organisme
- ander woord voor levend weze
- levenskenmerken
- voeden, groeien, ademen, uitscheiden, reageren, voortplanten
- soort
- organisme horen bij een soort als ze vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen
- ordenning
- organisme in groepen ingedeeld heten ordenning
- cellen
- de kleinste bouwstenen waaruit organismen zijn opgebouwd
- rijk
- op basis van de bouw van cellen zijn alle organismen in vier groepen ingedeeld, zo een groep heet een rijk
- plantenrijk
- alle planten
- dierenrijk
- alle dieren (eencellige dieren, sponzen, holtedieren, stekelhuidige, wormen, weekdieren, geleedpotigen, gewervelde dieren)
- schimmelrijk
- alle schimmels
- bacterierijk
- alle bacterie’s
- gewervelde dieren
- dieren met een skelet in het ligaam (vissen, amfibieën, reptielen,vogels,zoogdieren
- wervelkolom
- de centrale, flexibele botstructuur die van de schedel tot het bekken loopt, bestaande uit 33-34 op elkaar gestapelde wervels
- eencellige dieren
- de dieren bestaan uit 1 cel (ze leven in water)
- sponzen
- het dier bestaat uit cellen met een skelet van naalden er tussen (ze leven in de zee en zitten vast op de bodum)
- holtedieren
- deze dieren hebben geen skelet. ze vangen prooien met te takels (leven in de zee)
- stekelhuidige
- er zitten knobbels of stekels op de huid. (ze leven op de zeebodem met hun mond op de grond)
- wormen
- dieren met een lang dun lichaam (somige leven in de bodum, andere in water of binnen in dieren)
- weekdieren
- dieren met een zacht ligaam met vaak een huisje of schelp om het ligaam (ze komen voor op land of water)
- geleedpotigen
- dieren met lijf en poten die uit meerdere stukken bestaan.
- kenmerk
- iets waaraan je een organisme herekent
- determineren
- het opzoeken van een naam
- zoekkaart
- op een zoekkaart staan kenmerken van organismen en vaak ook plaatjes
- flora
- een boek waarin alle nederlandse planten staan