De Geo - Leerboek - 1 VMBO-T/HAVO - begrippen H4
Publiek
Woorden in deze lijst (32)
Origineel
- aardbeving
- Schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst door de werking van endogene krachten.
- aardkorst
- Vaste en breekbare laag gesteente aan de buitenkant van de aarde, met een dikte van gemiddeld 7 km onder oceanen en 30 km onder continenten.
- breuk
- Barst of scheur in de aardkorst.
- caldera
- Zeer grote vulkaankrater die is ontstaan door het instorten van het dak van een leeggelopen magmakamer.
- convectiestroom
- Stroming van het gesmolten gesteente binnen in de aarde.
- endogene kracht
- Kracht die van binnenuit de aardkorst verandert.
- epicentrum
- Het punt aan het aardoppervlak loodrecht boven het hypocentrum. Hier bereikt de aardbeving het eerst het aardoppervlak.
- evacueren
- Een gebied verlaten omdat het er niet meer veilig is.
- exogene kracht
- Kracht die van buitenaf de aardkorst verandert.
- hazard management
- Beleid om schade bij natuurrampen te voorkomen. Heet ook rampenbestrijding.
- hypocentrum
- Plaats diep in de aardkorst waar de aardbeving begint. Heet ook aardbevingshaard.
- krater
- Groot gat met steile wanden in een vulkaan dat ontstaat tijdens een vulkaanuitbarsting.
- kratermeer
- Meer dat is ontstaan door het vollopen met water van een krater.
- lava
- Magma dat door de aardkorst naar buiten is gestroomd.
- magma
- Heet, vloeibaar gesteente binnen in de aarde.
- magmakamer
- Ruimte in een vulkaan die gevuld is met magma.
- mid-oceanische rug
- Langgerekte bergrug onder in de zee, ontstaan doordat magma bij het uit elkaar drijven van oceanische platen naar boven komt.
- momentmagnitudeschaal
- Schaal die de kracht van een aardbeving aangeeft.
- natuurramp
- Ramp veroorzaakt door de natuur met veel slachtoffers en grote schade.
- plaat
- Stuk van de aardkorst.
- rampenbestrijding
- Beleid om schade bij natuurrampen te voorkomen. Heet ook hazard management.
- rampenplan
- Plan met maatregelen die genomen moeten worden als er een ramp gebeurt.
- schaal van Mercalli
- Schaal die de schade en de heftigheid van een aardbeving aangeeft.
- schildvulkaan
- Vulkaan die onder andere ontstaat op de plaats waar platen uit elkaar bewegen. De hellingen van een schildvulkaan zijn vrij vlak en de vulkaan is niet heel explosief.
- seismoloog
- Wetenschapper die aardbevingen bestudeert.
- stratovulkaan
- Vulkaan die ontstaat op de plaats waar een oceanische plaat de aarde inzakt onder een andere plaat. De hellingen van een stratovulkaan zijn steil en de vulkaan is vaak explosief.
- tsunami
- Hoge vloedgolf die vanaf zee de kust overspoelt en die wordt veroorzaakt door een zeebeving.
- tufsteen
- Steensoort die bestaat uit aan elkaar gekitte vulkanische as.
- vulkaan
- Berg die is ontstaan door het naar buiten stromen van lava.
- vulkanoloog
- Wetenschapper die vulkanen bestudeert.
- warmwaterbron
- Bron die ontstaat door de geothermische verwarming van grondwater. Heet ook hot spring.
- zeebeving
- Aardbeving waarvan het hypocentrum in de zee ligt.