basisboek begrippen hoofdstuk 2 (allemaal)
Publiek
1keer geoefend
Woorden in deze lijst (42)
Origineel
- duurzame stad
- Toekomstbestendige stad waar zo min mogelijk vervuilen en zo veel mogelijk recyclen en gebruikmaken van duurzame energie centraal staan.
- gentrificatie
- Veranderingen in een arme woonwijk als rijkere mensen er verwaarloosde woningen kopen en opknappen, waardoor de minder welvarende inwoners verdrongen worden.
- inrichting
- Het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie. Heet ook ruimtegebruik.
- re-urbanisatie
- Bevolkingsgroei in een stad na een periode van suburbanisatie.
- ruimtegebruik
- Het gebruik van de ruimte voor wonen, werken, verkeer en recreatie. Heet ook inrichting.
- ruimtelijke ordening
- Het maken van plannen voor de inrichting van een gebied.
- smart city
- Stad waarin de overheid slimme, digitale technologieën inzet om de dienstverlening aan de burgers te verbeteren.
- vertical farm
- Het op verschillende verdiepingen telen van gewassen of het houden van dieren.
- woningdichtheid
- Het aantal woningen per vierkante kilometer.
- Bio-industrie
- Andere naam voor intensieve veeteelt,omdat het dier een ‘machine’ is en de stal de ‘fabriek’.
- draagvlak
- Het aantal mogelijke klanten (of bezoekers) dat binnen de reikwijdte van een voorziening woont.
- drempelwaarde
- Het minimum aantal mogelijke klanten (of bezoekers) dat een voorziening nodig heeft om te kunnen blijven bestaan.
- intensieve akkerbouw
- Akkerbouw met inzet van veel kapitaal en kennis per hectare om een hoge opbrengst te halen.
- intensieve veeteelt
- Veeteelt met inzet van veel kapitaal en kennis per dier om een hoge opbrengst te halen.
- inensivering
- De productie per hectare of per dier vergroten met machines, kunstmest, bestrijdingsmiddelen en beter zaai- of pootgoed.
- landelijk gebied
- Gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte. Heet ook platteland.
- platteland
- Gebied met weinig bebouwing en veel open ruimte. Heet ook Landelijk gebied.
- reikwijdte
- De maximale afstand die mensen willen reizen om van een voorziening gebruik te maken.
- schaalvergroting
- Productie in steeds grotere eenheden (in de landbouw: meer dieren of gewassen) om op die manier de productiekosten te verlagen en de opbrengsten te vergroten.
- specialisatie
- Zich binnen een bedrijf of gebied steeds meer toeleggen op één activiteit of product. In de landbouw: de keuze voor het verbouwen van één gewas of het houden van één diersoort.
- file
- Langzaam rijdend of stilstaand verkeer.
- forens
- Iemand die in een andere plaats woont dan waar hij werkt.
- infrastructuur
- Alle voorzieningen die nodig zijn om personen, goederen of informatie te vervoeren.
- openbaar vervoer (ov)
- De verplaatsing van mensen en goederen met behulp van een vervoermiddel.
- spits
- De periode op een dag met het meeste verkeer, meestal in de ochtend en aan het einde van de middag.
- woon-werkverkeer
- Reizen tussen woonplaats en werkplek.
- Bedrijfsverzamelgebouw
- Groot gebouw waar verschillende startende en kleine bedrijven bij elkaar zitten om de kosten te delen en te profiteren van elkaars ondersteuning.
- creative industrie
- Sector die zich bezighoudt met ontwerpen en innoveren.
- creative stad
- Stad met een hoog aandeel werkenden in de creatieve industrie. Vaak zijn het mensen met een hoge opleiding.
- kennisstad
- Stad als brandpunt voor onderwijs en onderzoek met veel bedrijven en organisaties op het gebied van kennis en innovatie.
- recreatie
- Alles wat je doet in je vrije tijd.
- seizoenswerk
- Werk dat slechts een deel van het jaar beschikbaar is.
- toerisme
- Reizen naar en verblijven op een plaats buiten je normale omgeving. Iemand die minstens 24 uur en niet langer dan een jaar ergens anders verblijft, is een toerist.
- toerisme industrie
- Mensen en bedrijven die zich bezighouden met toerisme.
- vrije tijd
- De tijd die overblijft na het werken, eten en slapen.
- delfstof
- Grond- of brandstof die je uit de aarde haalt.
- duurzaamheid
- Niet meer natuurlijke hulpbronnen gebruiken dan dat er bij komen, zodat mensen er ook in de toekomst nog gebruik van kunnen maken.
- grondstof
- Ruw materiaal (zoals ijzererts of cacaobonen) dat nog bewerkt moet worden om er een product van te maken.
- halffabricaat
- Bewerkte grondstof.
- kringloop
- Het opnieuw gebruiken van grondstoffen. Heet ook recycling.
- mijnbouw
- Winning van delfstoffen.
- recycling
- Het opnieuw gebruiken van grondstoffen. Heet ook kringloop.