Trabitour - 1-2 havo/vwo (4) - Kapitel 7 - C
Publiek
Woorden in deze lijst (11)
Origineel
- Wie viele Zimmer hat eure Wohnung/
euer Haus? - Hoe veel kamers zijn er in jullie woning/
huis? - Wo ist dein Schlafzimmer/
das Wohnzimmer? - Waar is jouw slaapkamer/
de woonkamer? - Hast du ein eigenes Zimmer?
- Heb jij een eigen kamer?
- Was steht in deinem Zimmer?
- Wat staat er in jouw kamer?
- Habt ihr einen Garten?
- Hebben jullie een tuin?
- Unsere Wohnung hat insgesamt 3 Zimmer/
2 Schlafzimmer und ein Wohnzimmer. - Onze woning heeft in totaal 3 kamers/
2 slaapkamers en een woonkamer. - Mein Schlafzimmer ist im ersten Stock.
- Mijn slaapkamer is op de eerste verdieping.
- Ja, habe ich.
- Ja, heb ik.
- Nein, ich teile mir ein Zimmer mit meinem Bruder/
meiner Schwester. - Nee, ik deel een kamer met mijn broer/
mijn zus. - In meinem Zimmer stehen ein Bett, ein Schrank und eine Pflanze.
- In mijn kamer staan een bed, een kast en een kamerplant.
- Nein, wir haben einen Balkon/
eine Terrasse. - Nee, we hebben een balkon/
een terras.