Maatschappijleer H5
Publiek
5
Woorden in deze lijst (92)
Origineel
- Verzorgingsstaat
- Een land waarin de overheid zorgt voor het welzijn van burgers en hen beschermt tegen sociale risico's, zoals ziekte, werkloosheid en ouderdom.
- Maatschappelijk probleem
- Een probleem dat veel mensen raakt en waar verschillende meningen over bestaan.
- Waarden
- Dingen die mensen belangrijk vinden, zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit.
- Belangen
- Voordelen of doelen die mensen of groepen willen bereiken.
- Macht
- De mogelijkheid om invloed uit te oefenen op beslissingen.
- Sociale ongelijkheid
- Het verschil in kansen, inkomen, opleiding of macht tussen mensen.
- Sociale cohesie
- De verbondenheid tussen mensen in een samenleving.
- Welvaart
- De mate waarin mensen beschikken over geld en goederen.
- Welzijn
- Hoe goed mensen zich lichamelijk, geestelijk en sociaal voelen.
- Solidariteit
- Het idee dat mensen elkaar helpen en risico's samen dragen.
- Collectief belang
- Het belang van de hele samenleving.
- Sociale grondrechten
- Rechten waarbij de overheid moet zorgen voor onder andere onderwijs, gezondheidszorg, werkgelegenheid en bestaanszekerheid.
- Socialezekerheidsstelsel
- Alle regelingen die mensen beschermen tegen inkomensverlies.
- Voorbeelden socialezekerheidsstelsel
- AOW, WW, WIA en Bijstand.
- Maatschappelijk middenveld
- Organisaties tussen burgers en overheid die maatschappelijke belangen behartigen.
- Voorbeelden maatschappelijk middenveld
- Vakbonden, sportverenigingen, kerken en goede doelen.
- Particulier initiatief
- Initiatief van burgers of particuliere organisaties.
- Sociale partners
- Werkgeversorganisaties en vakbonden.
- Poldermodel
- Overleg tussen overheid, werkgevers en werknemers om samen afspraken te maken.
- CAO
- Collectieve Arbeidsovereenkomst met afspraken over loon en arbeidsvoorwaarden.
- Vrije markt
- Een markt waarin vraag en aanbod de prijs bepalen.
- Rol van de overheid in de vrije markt
- Regels maken, toezicht houden en eerlijke concurrentie bevorderen.
- Voordelen vrije markt
- Meer concurrentie, innovatie en keuzevrijheid.
- Nadelen vrije markt
- Ongelijkheid en kans op te veel macht voor bedrijven.
- Liberale visie
- Kleine overheid, veel marktwerking en eigen verantwoordelijkheid.
- Sociaaldemocratische visie
- Sterke overheid, veel sociale zekerheid en gelijke kansen.
- Corporatistische visie
- Samenwerking tussen overheid, werkgevers en werknemers.
- Nachtwakersstaat
- Een staat waarin de overheid zich alleen bezighoudt met veiligheid, justitie en defensie.
- Ontwikkeling verzorgingsstaat
- Nederland veranderde van een nachtwakersstaat naar een verzorgingsstaat met meer sociale voorzieningen.
- Waarom ontstonden vakbonden?
- Om op te komen voor betere lonen, werktijden en arbeidsomstandigheden.
- Functies van vakbonden
- Belangen behartigen, onderhandelen over CAO's en juridische hulp bieden.
- AOW
- Uitkering voor mensen vanaf de AOW-leeftijd.
- Bijstandswet
- Regeling voor mensen zonder voldoende inkomen.
- Arbowet
- Wet met regels voor veilige en gezonde arbeidsomstandigheden.
- Vergrijzing
- Het aandeel ouderen in de bevolking neemt toe.
- Ontgroening
- Het aandeel jongeren in de bevolking neemt af.
- Gevolgen vergrijzing en ontgroening
- Meer zorgkosten en minder werkenden die belasting betalen.
- Oplossingen betaalbaarheid verzorgingsstaat
- AOW-leeftijd verhogen, meer mensen laten werken, hogere belastingen of minder uitgaven.
- Participatiesamenleving
- Een samenleving waarin mensen meer verantwoordelijkheid nemen voor zichzelf en anderen.
- Participatiewet
- Wet die mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt helpt om werk te vinden.
- Mantelzorg
- Langdurige zorg voor een familielid, vriend of bekende.
- Drie politieke visies op verzorgingsstaat
- Liberaal, christendemocratisch en sociaaldemocratisch.
- Drie hoofddoelen van onderwijs
- Kwalificatie, socialisatie en selectie.
- Kwalificatie
- Het aanleren van kennis en vaardigheden.
- Socialisatie
- Het leren van normen, waarden en omgangsvormen.
- Selectie
- Het verdelen van leerlingen over vervolgopleidingen.
- Leerplichtwet
- Verplicht jongeren om onderwijs te volgen.
- Kwalificatieplicht
- Verplicht jongeren zonder startkwalificatie om onderwijs te blijven volgen.
- Startkwalificatie
- Een havo-, vwo- of mbo-2-diploma.
- Kansenongelijkheid
- Niet iedereen krijgt dezelfde kansen in het onderwijs.
- Sociaal kapitaal
- Netwerk en contacten die iemand kunnen helpen.
- Cultureel kapitaal
- Kennis, taalgebruik, normen en opleiding.
- Economisch kapitaal
- Geld en bezit.
- Privilege
- Een voordeel dat iemand heeft ten opzichte van anderen.
- Maatschappelijke positie
- De plaats van iemand in de samenleving.
- Gezondheidszorg in Nederland
- Verplicht zorgverzekeren volgens het solidariteitsprincipe met gereguleerde marktwerking.
- Solidariteitsprincipe in de zorg
- Iedereen betaalt mee zodat zorg voor iedereen beschikbaar blijft.
- Zorgverzekeraar
- Bedrijf dat zorgverzekeringen aanbiedt.
- Gereguleerde marktwerking
- Concurrentie tussen zorgverzekeraars onder toezicht van de overheid.
- Innovatie
- Nieuwe technieken of behandelingen die de zorg verbeteren.
- QALY
- Een maat om de kwaliteit en hoeveelheid van levensjaren te meten.
- Leefstijl
- De manier waarop iemand leeft, bijvoorbeeld voeding en beweging.
- Welvaartsziekte
- Ziekte die vaak ontstaat door een ongezonde leefstijl, zoals obesitas of diabetes type 2.
- Sociale verzekeringen
- Verzekeringen waarvoor mensen premie betalen, zoals WW, WIA en AOW.
- Werknemersverzekeringen
- Verzekeringen voor werknemers, zoals WW en WIA.
- Volksverzekeringen
- Verzekeringen voor alle inwoners van Nederland, zoals AOW.
- Sociale voorzieningen
- Uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, zoals de bijstand.
- WW
- Uitkering voor mensen die werkloos worden.
- WIA
- Uitkering voor mensen die langdurig arbeidsongeschikt zijn.
- Algemene bijstand
- Uitkering voor mensen zonder voldoende inkomen.
- Bijzondere bijstand
- Extra financiële hulp voor bijzondere noodzakelijke kosten.
- Sociaal minimum
- Het minimale inkomen dat nodig is om van te leven.
- Wajong
- Uitkering voor mensen die op jonge leeftijd arbeidsongeschikt zijn.
- Flexibilisering
- Toename van tijdelijke en flexibele banen.
- ZZP'er
- Zelfstandige zonder personeel.
- Armoedeval
- Situatie waarin werken nauwelijks meer oplevert dan een uitkering.
- Oplossingen sociale zekerheid
- AOW-leeftijd verhogen, vast werk stimuleren, uitkeringen verkorten, begeleiden en controleren.
- Basisinkomen
- Een vast bedrag dat iedereen van de overheid krijgt.
- Voordelen basisinkomen
- Minder armoede, minder bureaucratie en meer bestaanszekerheid.
- Nadelen basisinkomen
- Hoge kosten, hogere belastingen en mogelijk minder motivatie om te werken.
- Materiële behoeften
- Behoeften aan geld, eten, kleding en wonen.
- Immateriële behoeften
- Behoeften aan waardering, sociale contacten en persoonlijke ontwikkeling.
- Arbeidsethos
- De opvatting over het belang van werken.
- Sociale mobiliteit
- De mogelijkheid om te stijgen of dalen op de maatschappelijke ladder.
- Inclusieve arbeidsmarkt
- Een arbeidsmarkt waarop iedereen kan meedoen.
- Positieve discriminatie
- Het bewust bevoordelen van groepen met een achterstand om gelijke kansen te creëren.
- Arbeidsmarkt
- De markt waar vraag en aanbod van werk samenkomen.
- Beroepsbevolking
- Alle mensen die werken of werk zoeken.
- Werkgelegenheid
- Het aantal beschikbare banen.
- Werkloosheid
- Het aantal mensen zonder werk dat wel werk zoekt.
- Technologisering
- Het gebruik van nieuwe technologie waardoor werk verandert.
- Globalisering
- Het steeds sterker met elkaar verbonden raken van landen en economieën.