Woordenlijst: 2.4. Internationale handel
Publiek
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- Open economie
- Een open economie is de economie van een land dat veel goederen en diensten exporteert en importeert.
- Specialisatie
- Er is sprake van specialisatie als een onderneming zich richt op het maken of verkopen van één specifieke productsoort.
- Protectie van de handel
- Protectie van de handel is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie door middel van bijvoorbeeld invoerrechten, exportsubsidies of kwaliteitseisen voor geïmporteerde producten.
- Betalingsbalans
- De betalingsbalans is een overzicht van alle transacties met het buitenland in een bepaalde periode (in- en uitgaande geldstromen).
- Lopende rekening
- De lopende rekening is een deelrekening van de betalingsbalans en bestaat uit de goederen- en dienstenrekening en de inkomensrekening in een bepaalde periode.
- Goederen- en dienstenrekening
- De goederen- en dienstenrekening (ook wel handelsbalans) is een deelrekening van de betalingsbalans en bestaat uit een overzicht van alle exportontvangsten van en importuitgaven aan het buitenland in een bepaalde periode.
- Inkomensrekening
- De inkomensrekening is een deelrekening van de betalingsbalans en bestaat uit een overzicht van alle ontvangen primaire inkomens en inkomensoverdrachten van het buitenland en alle betaalde primaire inkomens en inkomensoverdrachten aan het buitenland in een bepaalde periode.
- Internationale concurrentiepositie (ICP)
- De internationale concurrentiepositie (ICP) geeft aan in hoeverre goederen en diensten geproduceerd in een land op de wereldmarkt kunnen concurreren met goederen en diensten uit andere landen.
- Overbesteding
- Overbesteding is een conjuncturele situatie waarbij de effectieve vraag (EV) groter is dan de productiecapaciteit.
- Onderbesteding
- Onderbesteding is een conjuncturele situatie waarbij de effectieve vraag (EV) kleiner is dan de productiecapaciteit.
- Vrijhandelszone
- Een vrijhandelszone is een groep landen die onderling de invoerrechten hebben afgeschaft (vaak een eerste stap naar verdere economische integratie).
- Gemeenschappelijke markt
- Er is sprake van een gemeenschappelijke markt als meerdere landen onderling de invoerrechten afschaffen en vrij verkeer van arbeid en kapitaal toestaan.
- Economische unie
- Een economische unie is een groep landen die samenwerkt en gemeenschappelijk sociaal, fiscaal en economisch beleid voert.
- Economische en monetaire unie (EMU)
- Een economische en monetaire unie (EMU) is een groep landen die op economisch en financieel gebied samenwerken (de meest verregaande vorm van economische integratie).
- Werkgelegenheid
- De werkgelegenheid is de vervulde vraag naar arbeid en is per definitie gelijk aan de werkzame beroepsbevolking.
- Dumping
- Er is sprake van dumping als bedrijven uit het ene land producten tegen kunstmatig lage prijzen in het andere land verkopen ('dumpen').
- Infant industry
- Een infant industry is een nieuwe, opkomende industrie die zich nog moet ontwikkelen en dus nog niet in staat is om te concurreren met gevestigde ondernemingen (uit het buitenland)
- Tarifaire protectie
- Tarifaire protectie is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie door middel van invoerrechten of exportsubsidies.
- Non-tarifaire protectie
- Non-tarifaire protectie is het beschermen van binnenlandse bedrijven tegen buitenlandse concurrentie door middel van bijvoorbeeld bureaucratische rompslomp bij de grens en het stellen van kwaliteitseisen of technische eisen.
- Loonkosten per product
- De loonkosten per product zijn een belangrijke maatstaf voor de internationale concurrentiepositie van een land.
- Brutoloon
- Het brutoloon is het loon dat een werknemer verdient.
- Nettoloon
- Het nettoloon is gelijk aan het brutoloon verminderd met de loonbelasting, premies volksverzekeringen en het werknemersdeel van de pensioenpremies.
- Loonheffing
- De loonheffing is gelijk aan de som van de loonbelasting en de premies voor de volksverzekeringen.
- Wig
- De wig is het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het nettoloon dat de werknemer ontvangt.
- Werkgeverswig
- De werkgeverswig is het verschil tussen de loonkosten voor de werkgever en het brutoloon.
- Werknemerswig
- De werknemerswig is het verschil tussen het brutoloon en het nettoloon.
- Loonkosten
- De loonkosten zijn gelijk aan het brutoloon vermeerdert met de premies werknemersverzekeringen en het werkgeversdeel van de pensioenpremies.
- Arbeidsproductiviteit (apt)
- De arbeidsproductiviteit (apt) is de gemiddelde productie per werknemer in een bepaalde periode (bijvoorbeeld in een jaar).
- Human capital
- Human capital is een verzamelnaam voor kennis, vaardigheden en ervaring van werknemers.
- Diepte-investering
- Er is sprake van een diepte-investering als een onderneming bij een investering voor een kapitaalintensievere techniek kiest.
- Breedte-investering
- Er is sprake van een breedte-investering als een onderneming bij een investering voor de bestaande techniek kiest.