nederlands Lezen
Publiek
1
Woorden in deze lijst (17)
Origineel
- oriënterend lezen
- eerste indruk van de tekst, onderwerp en publiek bepalen (titel /
illustraties / schrijver / bron ...) - globaal lezen
- hoofdzaken uit de tekst halen (kernzinnen /
signaalwoorden en zinnen) - intensief lezen
- de tekst helemaal begrijpen (verbanden /
schrijfdoel / hoofdgedachte ...) - kritisch lezen
- een tekst beoordelen
- onderwerp
- waar de tekst over gaat (1 of 2 woorden)
- deelonderwerpen
- verschillende kanten van het onderwerp bespreken
- hoofdgedachte
- in 1 zin geef je weer wat er over het onderwerp word gezegd, geen vraagzin (let op: titel /
inleiding / slot, kernzinnen) - titel
- geeft informatie en maakt duidelijk waar de tekst over gaat, motiveert de lezer
- ondertitel
- aanvulling op titel
- tussenkopje
- geeft structuur aan, motiverend en kondigt deelonderwerp aan
- kernzin
- staat vaak aan het begin of het einde van een alinea (belangrijkste zin van dat stukje tekst)
- citeren
- letterlijk overnemen (wat: zin /
zingedeelte / woordgroep of een woord) - verkort citeren
- 1ste 2 woorden ... laatste 2 woorden (regelnummer)
- schrijfdoelen
- activeren /
informeren / amuseren / beschouwen / instrueren / overtuigen / uiteenzetten - feitelijke uitspraak
- uitspraak waarvan de schrijver of spreker meent dat deze waar, waarschijnlijk of aannemelijk is (informeren)
- waarderende uitspraak
- een niet-feitelijke uitspraak, schrijver of spreker geeft aan of hij iets ... vind, overtuigend (goed /
ongepast / waardeloos ...) - intentie van de schrijver
- de manier waarop hij over het onderwerp schrijft en hoe hij zich opschrijft ( je kan dit afleiden uit de toon die hij gebruikt, zijn gevoelens en opvattingen)