Neerslagfactoren
Publiek
Woorden in deze lijst (15)
Origineel
- Dampkring
- De lucht om ons heen.
- Wolken
- Zichtbare waterdruppels of ijsdeeltjes in de dampkring.
- Neerslag
- Water dat in vaste of vloeibare vorm uit de dampkring op aarde neerkomt.
- Stuwingsregen
- Neerslag die ontstaat door stijgende lucht tegen een gebergte.
- Stijgingsregen
- Neerslag die ontstaat door opstijgende warme lucht, bijvoorbeeld bij de evenaar.
- Frontale regen
- Neerslag die ontstaat wanneer warme en koude lucht botsen.
- Aanlandige winden
- Winden die van zee naar het land waaien en vaak vochtige zeelucht meebrengen.
- Aflandige winden
- Winden die van het land naar de zee waaien en droge lucht meebrengen.
- Loefzijde
- De windkant van een gebergte waar de lucht wordt omhooggestuwd.
- Lijzijde
- De kant van een gebergte die uit de wind ligt.
- Regenschaduw
- Het gebied achter een berg waar weinig of geen neerslag valt.
- Aride
- De aanduiding voor droge gebieden.
- Steppen
- Droge gebieden waar zo weinig neerslag valt dat er geen bomen kunnen groeien (250 - 500 mm per jaar).
- Woestijnen
- Zeer droge gebieden met minder dan 250 mm neerslag per jaar.
- Hogedrukgebied
- Een gebied met dalende lucht dat zorgt voor droog weer.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–