MEMO H4 §1 t/m 4 en H5 §1 en 2

Publiek
1
Woorden in deze lijst (53)
Origineel
- herendiensten
- Werkzaamheden die horigen gratis voor de heer moesten doen.
- hofstelsel
- Economisch systeem waarbij een heer de horigen in zijn gebied beschermde,in ruil voor herendiensten en een deel van de opbrengst van het land.
- schutterij
- Een stadsleger van bewapende burgers,dat de stad verdedigde tegen vijanden van buitenaf en optrad bij rellen.
- stadsrechten
- Het recht van de inwoners om hun stad zelf te besturen en zelf recht te spreken.
- heidenen
- De naam die christenen gaven aan mensen die geloofden in natuurgoden en-krachten.
- klooster
- Gebouw waar monniken of nonnen leven om zich helemaal aan hun geloof te wijden.
- monnik
- Man die zijn leven aan zijn geloof heeft gewijd en in een klooster woont.
- non
- Vrouw die haar leven aan haar geloof heeft gewijd en in een klooster woont.
- missionaris
- Priester die mensen tot het christelijk geloof wil be-keren.
- theoloog
- Geleerde die is gespecialiseerd in godsdienst.
- concilie
- Kerkvergadering.
- burgerij
- In de middeleeuwen: de groep van bewoners van een stad.
- gezel
- Een in het middeleeuwse gildesysteem:een ambachtsman die in dienst was van een meester en zelf nog geen eigen bedrijf mocht hebben.
- gilde
- Een vereniging van mensen die in een stad hetzelfde beroep uitoefenden.
- meester
- Een ambachtsman die met succes een meesterproef had afgelegd en zijn eigen werkplaats mocht beginnen.
- schepenen
- Mensen die onder leiding van de schout zorgden voor de rechtspraak.
- schout
- Voorzitter van de stedelijke rechtbank,die benoemd werd door de heer van een gebied.
- wissel
- Brief waarin staat hoeveel geld een persoon heeft gestort op een bank.De wissel kan bij een andere bank worden uitbetaald in geld.
- handelsstad
- Stad waarin langeafstandshandel een belangrijke rol van bestaan is.
- Hanze
- Een handelsverbond van steden langs de Noordzee en de Oostzee,dat rond 1350 op zijn machtigst was.
- romaanse stijl
- Bouwstijl uit de 11e en 12e eeuw,die wordt gekenmerkt door betrekkelijke eenvoud,dikke muren,kleine vensters en ronde bogen.
- gotiek
- Bouwstijl uit de 13e-15e eeuw die wordt gekenmerkt door hoogte en luchtigheid,met grote vensters,spitse bogen en een rijke versiering.
- priester
- Geestelijke die mensen helpt om te leven volgens de geloofsregels.Hij verzorgt de kerkdienst,de doop,het huwelijk en de begrafenis van gelovigen.
- stand
- Groep met een vaste plek en een eigen taak in de samenleving.Middeleeuwers verdeelden de samenleving in drie standen:de geestelijken,de adel en de boeren.
- geestelijkheid
- Groep van mensen die hun leven in dienst stellen van de christelijke godsdienst,zoals de paus,priesters,monniken en nonnen.De geestelijkheid is in de middeleeuwen de eerste stand.
- islam
- Geloof in Allah,volgens de leer van Mohammed.
- profeet
- Een persoon die de boodschappen van God of Allah krijgt en doorgeeft aan de gelovigen.
- moslim
- Aanhanger van de islam,opvolging van Mohammed.
- Koran
- Heilig boek van de islam,waarin de belangrijkste regels en voorschriften van het islamitische geloof staan.
- vijf zuilen
- De vijf belangrijkste leefregels voor moslims.
- hadj
- Bedevaart naar Mekka.
- moskee
- Islamitisch gebedshuis.
- kalief
- Leider van het islamitische rijk,opvolger van Mohammed.
- Frankische Rijk
- Het Rijk van het Germaanse volk van de Franken,dat belangrijk was van de 6e tot en met de 9e eeuw.
- leenman
- iemand die een heer hielp bij de oorlogvoering,het bestuur en de rechtspraak en die als beloning een stuk land in leen had.
- vazaal
- Leenman
- leenheer
- iemand die stukken land uitleende aan leenmannen in ruil voor hun trouw en steun.
- ridder
- goed bewapende ruiter,die voor de oorlogvoering zijn eigen paard moest meenemen.
- adel
- groep van mensen die zijn gespecialiseerd in verdediging en bestuur,die de baas zijn over een of meer domeinen en die een titel hebben (bijvoorbeeld graaf of hertog).
- leenstelsel
- systeem waarbij een heer stukken land aan leenmannen uitleende,in ruil voor hun trouw en steun.
- drieslagstelsel
- Een landbouwmethode waarin een stuk land in het eerste jaar wordt gebruikt voor wintergraan,en in het tweede jaar voor zomergraan,voordat het een jaar braak komt te liggen.
- ontginnen
- Het voor landbouw bruikbaar maken van bossen en moerassen.
- late middeleeuwen
- Periode van 1000 tot 1500 n.C.
- agrarisch-stedelijke samenleving
- Een maatschappij waarin de meeste mensen op het platteland wonen en in de landbouw werken,maar waar ook steden zijn,waarin veel mensen hun brood verdienen als ambachtsman of handelaar.
- geldeconomie
- Een economie waarin mensen elkaar met geld betalen.
- handelskapitaal
- Financiële middelen van een handelaar om goederen te kunnen inkopen.
- middeleeuwen
- Periode van 500 tot 1500 n.C.
- vroege middeleeuwen
- Tijdvak van 500 tot 1000 n.C.
- agrarische samenleving
- Een maatschappij waarin bijna iedereen als boer werkt en er vrijwel geen steden zijn.
- domein
- Gebied waar een heer de baas was en waarvan hij de inkomsten kreeg.
- autarkie
- Letterlijk:'zelfvoorziening'.Een economie waarin een gebied in zijn economische behoeften voorziet.
- lijfeigene
- Iemand die eigendom was van een heer,die zelf geen bezit had en die voor zijn heer moest werken als boerenknecht.
- horige
- Boer die geen eigen grond had,maar die moest werken op het land van de heer en die de grond van de heer niet mocht verlaten zonder zijn toestemming.