Wat kun je met biologie?
Publiek
Woorden in deze lijst (25)
Origineel
- Biologie
- De wetenschap die de verscheidenheid aan levensvormen probeert te verklaren en te beschrijven.
- Natuurwetenschappen
- De takken van wetenschap waarin natuurverschijnselen worden bestudeerd, zoals biologie, scheikunde, natuurkunde en geologie.
- Context
- Een situatie waarin biologie een rol speelt.
- Organismen
- Levende wezens, zoals planten, dieren, schimmels en bacteriën.
- Levensverschijnselen
- De kenmerken van het leven, zoals voortplanten, groeien, ontwikkelen en stofwisseling.
- Stofwisseling
- Alle chemische (scheikundige) reacties in een organisme.
- Dood
- De toestand van een organisme als het geen levensverschijnselen meer vertoont.
- Levenloos
- Dingen in de natuur die nooit hebben geleefd, zoals water, zuurstof en gesteenten.
- Levensloop
- Het unieke verloop van het leven van een individueel organisme dat begint direct na het ontstaan en eindigt met de dood.
- Soort
- Een groep individuen die zich onderling kunnen voortplanten en daarbij vruchtbare nakomelingen kunnen voortbrengen.
- Levenscyclus
- De opeenvolging van stadia die de individuen van een soort doorlopen, die pas eindigt als de soort uitsterft.
- Organisatieniveaus
- De verschillende niveaus of biologische eenheden waarop biologische systemen zijn georganiseerd.
- Molecuul
- De kleinste biologische eenheid en de bouwsteen van stoffen.
- DNA
- Molecuul dat de erfelijke informatie van een organisme bevat.
- Cel
- Een biologische eenheid en een hoger organisatieniveau dan een molecuul.
- Organellen
- Onderdelen in een cel met een bepaalde functie.
- Weefsel
- Een groep van een of meer verschillende celtypen die een gemeenschappelijke functie hebben.
- Orgaan
- Een deel van een organisme met een specifieke bouw en functie.
- Orgaanstelsel
- Een groep organen die samen een bepaalde functie uitoefenen.
- Organisme
- Een levende biologische eenheid die uit één of meer cellen bestaat.
- Populatie
- Een groep individuen van dezelfde soort die in een bepaald gebied leeft en zich onderling voortplant.
- Levensgemeenschap
- Alle verschillende populaties die in een gebied samenleven.
- Ecosysteem
- Een min of meer begrensd gebied waarvan een levensgemeenschap en de niet-levende natuur deel uitmaken.
- Systeem aarde
- Het geheel aan ecosystemen op de planeet.
- Emergente eigenschap
- Een nieuwe eigenschap op een hoger organisatieniveau die op het lagere organisatieniveau nog niet aanwezig is.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–