Begrippen: Werk voor de overheid
Publiek
Woorden in deze lijst (31)
Origineel
- collectieve voorzieningen
- Voorzieningen van de overheid die helemaal of voor een groot deel worden betaald van belastinggeld.
- bestemmingsplan
- Gemeentelijk plan met regels voor het gebruik van de ruimte in de gemeente.
- collectieve sector
- Instellingen die voornamelijk door de overheid worden betaald.
- sociale zekerheid
- De maatregelen waarmee de overheid ervoor zorgt dat iedereen verzorging of inkomen krijgt die daar zelf niet voor kan zorgen.
- sociale premies
- Geld dat de overheid vraagt voor de sociale zekerheid.
- solidariteitsbeginsel
- Het uitgangspunt dat mensen met een inkomen meebetalen aan uitkeringen en zorg voor mensen die dat nodig hebben.
- ambtenaren
- Werknemers van de overheid.
- particuliere sector
- Alle huishoudens en de bedrijven die bestaan van de verkoopopbrengst.
- kartel
- Afspraken tussen bedrijven om de concurrentie te verminderen.
- fusie
- Twee of meer bedrijven gaan samen en krijgen dezelfde eigenaar of eigenaren.
- nationalisatie
- Het overgaan van bedrijven of instellingen van de particuliere naar de collectieve sector.
- privatisering
- Het overgaan van instellingen van de collectieve naar de particuliere sector.
- rijkbegroting
- Verwachte inkomsten en uitgaven van de rijksoverheid in het volgende kalenderjaar.
- miljoenennota
- Samenvatting van de rijkbegroting.
- begrotingstekort
- Het tekort dat ontstaat als de overheid meer geld uitgeeft dan zij ontvangt.
- staatsschuld
- Geld dat de rijksoverheid heeft geleend.
- subsidie
- Een bijdrage van de overheid aan iets dat zij belangrijk vindt.
- heffing
- Een bedrag dat de overheid vraagt als ze wil dat iets minder vaak gebeurt.
- sociale verzekering
- Verzekering waarvan de kosten betaald worden uit de sociale premies.
- volksverzekering
- Sociale verzekering voor iedere inwoner van Nederland.
- werknemersverzekering
- Sociale verzekering voor iedereen in loondienst.
- sociale voorziening
- Sociale zekerheid waarvan de kosten worden betaald uit de belastingopbrengsten.
- actieven
- Personen met een eigen inkomen uit arbeid of vermogen.
- niet-actieven
- Personen met een uitkering als inkomstenbron.
- brutoloon
- Het loon dat de werknemer en de werkgever met elkaar afspreken.
- nettoloon
- Het bedrag dat de werknemer krijgt uitbetaald.
- loonheffing
- Het bedrag aan loonbelasting en premie volksverzekeringen dat ingehouden wordt op het loon of de uitkering.
- directe belasting
- Belasting die de overheid rechtstreeks oplegt aan de belastingplichtige.
- progressieve belastingheffing
- Het belastingpercentage stijgt naarmate het inkomen stijgt.
- loonbelasting
- Belasting die wordt ingehouden op het loon of de uitkering.
- inkomstenbelasting
- Belasting over het inkomen.