Thema 5 Ecologie

0keer geoefend
Woorden in deze lijst (23)
Origineel
- abiotische factoren
- alle invloeden uit de levenloze natuur
- areaal
- verspreidingsgebied
- atmosfeer
- dampkring / lucht om de aarde heen
- autotroof
- m.b.v. zonlicht in staat zijn chemische energie vast te leggen met fotosynthese / uit anorganische stoffen organische stoffen kunnen maken
- beperkende factor
- 1. Factor die de snelheid van een proces laag houdt 2. Factor die het aantal individuen in een populatie laag houdt - bijv. voedsel.
- biodiversiteit
- verscheidenheid, dat is de soortenrijkdom binnen een ecosysteem. Er bestaat echter ook diversiteit in genotypen binnen een populatie.
- biologisch evenwicht
- toestand waarbij de grootte van elke populatie in een ecosysteem schommelt om een bepaalde waarde.
- biomassa
- totale hoeveelheid energierijk materiaal in een organisme (meestal het drooggewicht genomen)
- biosfeer
- alle ecosystemen op aarde samen (
- biotische factoren
- alle invloeden uit de levende natuur
- broekbos
- een ecosysteem waarvan de vegetatie sterk wordt bepaald door de stand van het grondwater, meestal is er sprake van kwel. Elzen of berken vormen er de boomlaag
- bruto primaire productie
- alle energie die in en ecosysteem door producenten wordt vastgelegd in biomassa (in organische stoffen).
- climaxstadium
- laatste stadium na successie, waarbij abiotische factoren en soortensamenstelling min of meer constant zijn De populaties zijn in evenwicht, de diversiteit is hoog en het ecosysteem is stabiel.
- commensalisme
- type van symbiose, waarbij de individuen van de ene soort voordeel hebben en de individuen van de andere soort geen nadeel
- competitie
- concurrentie proces waarbij individuen elkaar in hun bestaan nadelig beïnvloeden als gevolg van een gemeenschappelijke beperkende milieufactor. Competitie kan binnen de soort en tussen soorten optreden
- complexiteit
- de ingewikkeldheid van de relaties tussen de diverse soorten
- concurrentie
- competitie tussen individuen van dezelfde populatie, bijv. voor voedsel, voorplanting of beschikbare ruimte/licht
- consument
- organisme, dat andere organismen als voedselbron gebruikt. Een cosument is dus een heterotroof organisme
- coöperatie
- samenwerking tussen individuen van dezelfde populatie
- cuticula
- waslaagje aan de buitenkant van een blad
- detritus
- dode resten van planten en dieren
- draagkracht
- 1. Maximale grootte van een populatie die een ecosysteem kan , 2. Maximale beïnvloeding van een ecosysteem door invloeden van buitenaf waarbij een ecosysteem zich nog kan handhaven.
- ecologie
- bestudeert de dynamiek van de wisselwerking tussen organismen, populaties of levensgemeenschappen (de biotische milieufactoren) en de relaties tussen organismen, populaties, levensgemeenschappen of landschappen en de niet-biologische omgeving (de abiotische milieufactoren).