DE WERELD VAN - Leeropdrachtenboek 6V - Begrippenlijst H2
Publiek
Woorden in deze lijst (38)
Origineel
- aardsverschuiving
- Het over een helling verschuiven van een met water verzadigde puinmassa over een glijvlak.
- afspoeling
- Afvoer van regen- en/
of smeltwater over de oppervlakte, waardoor gronddeeltjes naar beneden gespoeld worden. Is vooral hoog bij hoge neerslagcapaciteit, wanneer de aanvoer van water groter is dan de opnamecapaciteit van de bodem. - Alpine plooiingsgebied
- Jonge gebergten met scherpe toppen en steile hellingen, gevormd sinds het Krijt. In het Middellandse Zeegebied vormen de gebergten een bijna aaneengesloten gebied van de Atlas in Noord-Afrika en de Pyreneeën, Alpen, Apennijnen en de Balkan tot aan het Taurusgebergte in Turkije. De gordel loopt door tot in Indonesië in Azië.
- asthenosfeer
- Het plastische gedeelte van de aardmantel.
- basalt
- Snel aan het aardoppervlak, afgekoeld vulkanisch gesteente met heel weinig herkenbare mineralen. Wordt vaak aangetroffen in zeshoekige zuilen.
- breukgebergte
- Een opheffing van de aardkorst langs breuken, boven een opstijgende convectiestroom.
- caldera
- Depressie die ontstaat wanneer, na een explosieve eruptie, de geleegde magmakamer instort. Een caldera kan ook ontstaan doordat de top van de vulkaan door de eruptie is weggeblazen.
- convergente plaatgrens
- Grens tussen twee naar elkaar toe bewegende platen.
- Cs-klimaat/
mediterraan klimaat/ Middellandse Zeeklimaat - Gematigd klimaat met warme, droge zomers en zachte, natte winters (Cs-klimaat volgens de Köppenclassificatie).
- divergente plaatgrens
- Grens tussen twee uit elkaar bewegende platen boven een opstijgende convectiestroom.
- duurzaam water- en landgebruik
- Het beschikbare land en water zo gebruiken dat er een evenwicht is tussen de mogelijkheden van het landschap en de benutting door de mens.
- Geulerosie
- Stromend water op flauwe hellingen dat geulen vormt, waardoor de verweringslaag wegspoelt.
- (grond)waterproblematiek
- Problemen die ontstaan met de watervoorraad in een gebied. Vaak ontstaan deze doordat er meer water aan het gebied onttrokken wordt dan dat er aangevuld wordt.
- hazardmanagement
- Het geheel van maatregelen om de schade door natuurrampen te voorkomen of hun effect te verminderen.
- hotspot
- Plek op de aardkorst boven een vanaf de onderzijde van de aardmantel geïsoleerde kolom opstijgend heet gesteente.
- intensiteit van de neerslag
- De hoeveelheid neerslag die er in een gebied per tijdseenheid valt.
- Intertropische Convergentiezone (ITCZ)
- Zone van lage luchtdruk in de tropen, waar de instraling van de zon het hoogst is. De stijgende lucht zorgt hier voor veel neerslag (stijgingsregens). De ITCZ verplaatst zich mee met de loodrechte zonnestand. Deze verplaatsing gaat sneller/
verder boven land dan boven zee, omdat land sneller opwarmt. - landdegradatie
- Alle veranderingen in het landschap die het vermogen van bodem en grond verminderen om gezond voedsel, zoet water en brandhout (natuurlijke hulpbronnen) te produceren.
- lithosfeer
- De vaste buitenkant van de aarde die is opgebouwd uit platen die ten opzichte van elkaar bewegen.
- mediterraan klimaat
- Gematigd klimaat met warme, droge zomers en zachte, natte winters (Cs-klimaat volgens de Köppenclassificatie).
- mediterrane landbouwtypen
- Landbouw in de mediterrane subtropische landschapszone, waarbij vooral gebruikgemaakt wordt van landbouwgewassen die veel zon nodig hebben en die goed tegen de droogte kunnen.
- mediterrane vegetatie
- De groenblijvende plantengroei in het mediterrane klimaat, die is aangepast aan het vochttekort in de droge zomer en het overleven op het water dat na de regen in de winter is achtergebleven. Bomen hebben uitgebreide wortelstelsels om water te vinden en kleine leerachtige bladeren om zo min mogelijk water te verdampen.
- Middellandse Zeeklimaat
- Gematigd klimaat met warme, droge zomers en zachte, natte winters (Cs-klimaat volgens de Köppenclassificatie).
- milieuramp
- Ramp door menselijke oorzaak waarbij sprake is van grote economische schade en/
of veel slachtoffers. - natuurramp
- Ramp door natuurlijke oorzaak waarbij sprake is van grote economische schade en/
of veel slachtoffers. - plooiingsgebergte
- Opgeheven, geplooide stukken aardkorst die ontstaan bij een convergerende plaatbeweging.
- risicoperceptie
- De subjectieve inschatting van de samenleving, een groep mensen of een individu van mogelijk gevaar.
- schildvulkaan
- Brede vulkaan met een flauwe helling die ontstaat bij een effusieve eruptie.
- stratovulkaan
- Kegelvormige vulkaan met vrij steile hellingen die ontstaat bij een explosieve eruptie.
- subductie
- Wanneer de zwaardere oceanische plaat, door de dalende convectiestroom, onder de lichtere (meestal) continentale plaat zakt.
- subtropische landschapszone
- Landschapszone tussen de tropen en de gematigde breedten met globaal hetzelfde klimaat, dezelfde natuurlijke plantengroei, bodem en beschikbaarheid van water.
- transforme plaatgrens
- Grens tussen twee langs elkaar bewegende platen.
- variabiliteit van de neerslag
- De mate van onregelmatigheid van de neerslag die in een gebied valt in tijd en ruimte.
- versnelde bodemerosie
- Het opnemen en afvoeren van gronddeeltjes aan de bovenkant van de bodem door wind of water. Kan door de mens versneld worden, bijvoorbeeld door het kappen van bomen of het weghalen van begroeiing.
- verwoestijning
- Een ernstige vorm van landdegradatie waarbij een gebied door natuurlijke of menselijke oorzaken steeds minder plantenmassa kan produceren en steeds meer woestijnachtige kenmerken krijgt.
- verziltimg
- Toename van de concentratie aan zouten in en op de bodem. Is vaak het gevolg van het verdampen van irrigatiewater.
- waterbalans
- De balans van de toevoer, opslag en afvoer van zoet water in een gebied.
- waterproblematiek
- Problemen die ontstaan met de watervoorraad in een gebied. Vaak ontstaan deze doordat er meer water aan het gebied onttrokken wordt dan dat er aangevuld wordt.