Frans Grandes Lignes B chaptire 5 mon temps libre Bron A
Publiek
2keer geoefend
Woorden in deze lijst (22)
Origineel
- le frère
- de broer
- la soeur
- de zus
- le cousin, la cousine
- de neef, de nicht
- le grand-père
- de opa
- la grand-mère
- de oma
- drôle
- grappig
- chouette
- leuk
- bien
- goed
- pas mal
- niet slecht
- l'ami, l'amie
- de vriend, de vriendin
- le weekend
- het weekend
- hier
- gisteren
- la semaine
- de week
- dernier/
dernière - vorig(e), laatste
- prochain(e)
- volgende
- Tu as passé un bon weekend?
- Heb je een leuk weekend gehad?
- Oui, j'ai fêté mon anniversaire.
- Ja, ik heb mijn verjaardag gevierd.
- Oui, on a regardé un film.
- Ja, we hebben een film gekeken.
- Avec qui?
- Met wie?
- Avec mes copains et Enzo.
- Met mijn vrienden en Enzo.
- C'est qui, Enzo?
- Wie is dat, Enzo?
- C'est mon cousin.
- Dat is mijn neef.