De Geo - Leerboek - 1 VMBO-T/HAVO - begrippen H3
Publiek
Woorden in deze lijst (44)
Origineel
- analfabetisme
- Het percentage van de bevolking dat ouder is dan 15 jaar dat niet kan lezen of schrijven.
- arbeidsmigrant
- Iemand die ergens anders gaat werken vanwege gebrek aan werk en geld in zijn eigen woongebied.
- armoedegrens
- Het inkomen dat iemand nodig heeft om te kunnen voorzien in de basisbehoeften.
- basisbehoefte
- Dingen die iedereen echt nodig heeft om redelijk te kunnen leven: voedsel, huisvesting, onderwijs, gezondheidszorg en veiligheid.
- beroepsbevolking
- Mensen die betaald werk (willen) doen.
- bevolkingsdichtheid
- Het gemiddelde aantal inwoners per vierkante kilometer (inw/
km²). - bevolkingskenmerk
- Kenmerk van de bevolking van een gebied.
- bevolkingsspreiding
- De verdeling van mensen over een land of gebied.
- bnp per inwoner
- Het gemiddelde inkomen per inwoner. Je berekent het door het bruto nationaal product (bnp) te delen door het aantal inwoners van een land.
- bruto nationaal product (bnp)
- Het geld dat alle inwoners in een land in een jaar samen verdienen.
- buitenlandse investering
- Als bedrijven uit een ander land geld investeringen doen om bijvoorbeeld fabrieken te bouwen.
- cultuur
- Gaat over wat mensen belangrijk vinden en de gewoonten en gebruiken die daarbij horen. Deze leer je aan. Mensen met dezelfde cultuur voelen zich met elkaar verbonden.
- diensten
- Economische sector met alle bedrijven die diensten verlenen.
- directe werkgelegenheid
- Werkgelegenheid die voorkomt uit een bepaalde activiteit, bijvoorbeeld toerisme, zoals obers en verhuurders van strandstoelen.
- etnische groep
- Deel van een volk dat in een (ander) land (bij elkaar) woont.
- geboortecijfer
- Het gemiddelde aantal levendgeborenen per 1.000 inwoners per jaar.
- hoogseizoen
- De periode waarin de meerderheid van de mensen met vakantie gaat naar een bepaald land of gebied.
- indirecte werkgelegenheid
- Werkgelegenheid die niet direct ontstaat door een bepaalde activiteit, zoals toerisme, maar die daaruit voortvloeit, bijvoorbeeld bouwbedrijven (hotels) of reclamebureaus (folders).
- industrie
- Economische sector met alle bedrijven waar goederen in een fabriek met machines worden gemaakt.
- informele sector
- Dienstensector met ongeschoold en niet-gedadministreerd werk.
- klimaat
- Het gemiddelde weer in een bepaald gebied over langere tijd, meestal dertig jaar.
- klimaatdiagram
- Diagram met een overzicht van de gemiddelde temperatuur en de gemiddelde neerslag per maand in een plaats of een gebied.
- kolonie
- Een gebied dat overheerst wordt door een ander (meestal Europees) land.
- koopkracht
- Het aantal goederen of diensten dat je van je geld kunt kopen.
- kunstmatige grens
- Grens die door mensen is bepaald en die alleen zichtbaar is als mensen borden, hekken, muren of grenspalen hebben geplaatst.
- landbouw
- Het houden van dieren of het verbouwen van gewassen voor menselijk gebruik.
- levensverwachting
- Het gemiddelde aantal te verwachten levensjaren op een bepaalde leeftijd.
- mangrove
- Bosgebied langs tropische kusten, waarin de bomen in zout water groeien.
- massatoerisme
- Toerisme waarbij heel veel toeristen tegelijkertijd op dezelfde plek verblijven.
- natuurlijke bevolkingsgroei
- Verandering van het bevolkingsaantal door geboorte en sterfte.
- natuurlijke grens
- Grens langs een natuurlijk obstakel, zoals een rivier of een gebergte.
- noodhulp
- Hulp om te kunnen overleven bij een hongersnood of na een natuurramp.
- ontbossing
- Het kappen van bossen.
- ontwikkelingskenmerk
- Kenmerk waarmee je de armoede of rijkdom in een gebied kunt meten.
- ontwikkelingspeil
- Het niveau van de armoede of rijkdom in een land.
- ontwikkelingssamenwerking
- Rijke landen werken samen met arme landen om hun levensomstandigheden te verbeteren.
- plantage
- Landbouwonderneming waar op grote schaal één product wordt verbouwd.
- savanne
- Natuurlandschap in de tropen met lange grassen, afgewisseld met groepjes bomen en struiken.
- staat
- Gebied met duidelijke grenzen en een bestuur dat eigen baas is (soeverein).
- sterftecijfer
- Het gemiddelde aantal overleden personen per 1.000 inwoners per jaar.
- structurele hulp
- Hulp waar een land blijvend iets aan heeft.
- tropen
- Warme luchtstreek bij de evenaar tussen 23½° N.B. en 23½° Z.B. Heet ook tropische zone.
- zelfvoorzienend
- Productie voor eigen gebruik.
- zuigelingensterfte
- Het gemiddelde aantal kinderen dat in het eerste levensjaar overlijdt, per 1.000 levendgeborenen.