Middeleeuwen
Publiek
Woorden in deze lijst (33)
Origineel
- Adel
- Zie: Standenmaatschappij.
- Arturroman
- Arturromans zijn ridderromans die over de ridders van koning Artur gaan. Kenmerkend voor Arturromans is dat ze in de eerste plaats over Arturs ridders gaan en niet over Artur zelf. De functie van Arturromans was de luisteraars voorbeelden te geven van hoofs gedrag.
- Berouw
- Spijt. Iemand die een zonde had begaan, kon daarvoor vergeving krijgen als hij oprecht berouw had.
- Boete doen
- Een straf ondergaan. Iemand die een zonde had begaan, kon daarvoor vergeving krijgen door berouw te tonen en boete te doen.
- Christendom
- In de middeleeuwen was er in West-Europa maar één geloof, het christendom. De middeleeuwse mensen geloofden dat het leven op aarde een voorbereiding was op het leven na de dood. Als ze goed hadden geleefd, zouden ze in de hemel komen, als ze slecht hadden geleefd in de hel.
- Deugd
- Goede eigenschap die blijkt uit je gedrag. Volgens de kerk waren de zeven belangrijkste deugden: verstandigheid, rechtvaardigheid, moed, zelfbeheersing, geloof, hoop en liefde.
- Duivel
- In de middeleeuwen geloofden de mensen evenzeer in de duivel als in God. Ze dachten dat de duivel voortdurend probeerde de mens tot zonden te verleiden. De duivel kon verschillende gedaanten aannemen. In de middeleeuwse literatuur heeft de duivel altijd een lichamelijk gebrek.
- Eer
- In het leven van een ridder was het verwerven en behouden van zijn eer het allerbelangrijkste. Dat was voor hem reden om zich trouw, moedig en nobel te gedragen. Een ridder zou nog liever sterven dan zijn eer te verliezen.
- Eercultuur
- In de middeleeuwen was er sprake van een eercultuur. Kenmerkend voor een eercultuur is een collectieve moraal: gedeelde opvattingen over wat goed en slecht is. Niet het individu, maar de groep bepaalde of gedrag al dan niet acceptabel was.
- Exempel
- Zie: Geestelijke literatuur.
- Geestelijke literatuur
- Geestelijke literatuur is een verzamelnaam voor de (middeleeuwse) genres waarin het christelijk geloof een belangrijke rol speelde. Voorbeelden van geestelijke literatuur zijn: heiligenlevens, waarin het leven van heiligen werd beschreven. Deze verhalen dienden als voorbeeld van een 'goed' leven; dat wil zeggen: in overeenstemming met Gods geboden. Exempelen, kortere verhalen over goed en kwaad. Deze verhalen gingen over gewone mensen die, vaak door toedoen van de duivel, een misstap begingen. Marialegenden, een bijzonder soort exempel. In deze verhalen speelt Maria een belangrijke rol als…
- Geestelijkheid
- Verzamelnaam voor de mensen die werkten voor de kerk. Daarin stond de paus bovenaan, daarna volgden de (aarts)bisschoppen en de lagere geestelijkheid, zoals kloosterlingen en priesters. In de middeleeuwen had de geestelijkheid enorm veel macht, omdat 'gewone' mensen van geestelijken afhankelijk waren om te bemiddelen tussen henzelf en God.
- Gepaard rijm
- Rijmvorm waarbij twee opeenvolgende regels op elkaar rijmen, waarna er weer twee regels volgen die op elkaar rijmen. In de middeleeuwen werd veel gebruikgemaakt van gepaard rijm, omdat the teksten (die werden voorgedragen) op die manier gemakkelijk te onthouden waren: als je de eerste regel had onthouden, volgde de tweede bijna vanzelf.
- Gewetenscultuur
- Cultuur waarin de individuele opvattingen over wat goed en slecht is (het geweten) belangrijker zijn dan de opvattingen van de groep. In plaats van een collectieve moraal is er sprake van een individuele moraal.
- Heiligenleven
- Zie: Geestelijke literatuur.
- Hoofsheid
- Hoffelijk, beleefd. Het woord 'hoofs' is afkomstig van het woord 'hovesch' ('aan het hof'). Hoofsheid omschrijft het gedrag dat van ridders zowel aan het hof van hun leenheer als daarbuiten werd verwacht. De belangrijkste hoofse waarde was trouw. Daarnaast omvatte hoofsheid bijvoorbeeld goede tafelmanieren, galante omgangsvormen, zelfbeheersing, moed en respect voor vrouwen. Het naleven van de hoofse regels werd beschouwd als eervol. Een ridder die zich oneervol gedroeg, bracht schande over zichzelf.
- Karelroman
- Karelromans zijn ridderromans die over Karel de Grote gaan. In veel Karelromans speelt de relatie tussen Karel en zijn ridders een belangrijke rol. Het thema van de meeste Karelromans is trouw.
- Leenheer
- Een leenheer was van adel. Zijn macht was gebaseerd op grondbezit. Omdat zijn land te groot was om zelf te (laten) bewerken, gaf hij grond in leen aan leenmannen. Ridders waren altijd leenmannen.
- Leenman
- Zie: Leenheer.
- Marialegende
- Zie: Geestelijke literatuur.
- Moraal
- Opvattingen over wat goed en slecht is.
- Moraal, collectieve
- Gedeelde opvattingen over wat goed en slecht is. Niet het individu, maar de groep bepaalt of gedrag al dan niet acceptabel was.
- Queestestructuur
- Letterlijk: (zoek)tocht. Veel middeleeuwse verhalen, vooral Arturromans, hebben een queestestructuur. In het begin is er rust. Dan wordt de rust verstoord en krijgt een ridder een opdracht die hem dwingt om op reis te gaan. Tijdens zijn reis trotseert hij vele gevaren, maar hij weet de opdracht te volbrengen. Dan volgt de terugreis. Uiteindelijk keert hij terug op het kasteel van zijn leenheer en wordt zijn veilige thuiskomst gevierd.
- Ridder
- Het woord 'ridder' is afgeleid van 'rijder', dat wil zeggen: berijder van een paard. Ridders (die ook vazallen werden genoemd) maakten deel uit van de stand van de adel en waren ondergeschikt aan hun leenheer. De leenheer gaf hun land in leen, in ruil waarvoor de ridders hun heer met raad en daad terzijde moesten staan. 'Daad' betekende vaak: krijgsdienst vervullen.
- Ridderroman
- Literair genre uit de middeleeuwen. Er wordt onderscheid gemaakt tussen Karelromans en Arturromans.
- Schande
- Het tegenovergestelde van eer. Een ridder kon schande over zichzelf brengen door bijvoorbeeld lafheid, ontrouw of slechte manieren.
- Standenmaatschappij
- Samenleving die hiërarchisch (in verschillende rangen) is geordend. In de middeleeuwse samenleving stond de adel (de edelen, waartoe ook de ridders behoorden) bovenaan. Daarna volgde de geestelijkheid (vertegenwoordigers van de kerk). De onderste laag werd gevormd door de boeren, en later ook de burgers.
- Symbool
- Voorwerp, kleur, getal of dier met een min of meer vaststaande betekenis. In de middeleeuwen stond de kleur wit bijvoorbeeld voor reinheid en puurheid, het getal 3 voor de goddelijke volmaaktheid en het getal 7 voor een afgerond geheel.
- Tijd van ridders en monniken
- De periode 500-1000, de vroege middeleeuwen.
- Tijd van steden en staten
- De periode 1000-1500, de late middeleeuwen.
- Trouw
- Als een ridder zijn leen aannam, legde hij een eed van trouw aan zijn leenheer af. Het verbreken van die eed van trouw was het ergste wat een ridder kon doen.
- Vazal
- Zie: Ridder.
- Zonde
- Het overtreden van een regel van de kerk. Rond het jaar 600 zijn de zeven hoofdzonden door de toenmalige paus vastgelegd. Dat waren: hoogmoed, hebzucht, onkuisheid, jaloezie, gulzigheid, woede en gemakzucht of luiheid.