Chili beeft
Publiek
Woorden in deze lijst (19)
Origineel
- Aardbeving
- Schokkende of trillende beweging van een gedeelte van de aardkorst door de werking van endogene krachten.
- Schaal van Richter
- Schaal waarmee de kracht van een aardbeving wordt aangegeven.
- Epicentrum
- Het punt waar de aardbeving aan de oppervlakte komt, direct boven het hypocentrum.
- Tsunami
- Hoge vloedgolf op zee die de kust overspoelt en die wordt veroorzaakt door een zeebeving.
- Naschok
- Aardbeving die uren, dagen of zelfs weken na een eerdere aardbeving in hetzelfde gebied plaatsvindt.
- Breuk
- Barst of scheur in de aardkorst.
- Convergentie
- Het naar elkaar toe drijven van platen.
- Oceanische plaat
- Plaat die bestaat uit een groot zeeoppervlak (oceaan).
- Continentale plaat
- Plaat die bestaat uit een groot landoppervlak.
- Subductie
- Het wegduiken van een oceanische plaat onder een continentale plaat.
- Plaat
- Stuk van de aardkorst. Heet ook schol.
- Zijschuivende breuk
- Breuk waarbij gesteente horizontaal langs elkaar schuift.
- Opschuivingsbreuk
- Breuk waarbij het gesteente in tweeën wordt gebroken en één blok naar boven wordt geduwd.
- Afschuivingsbreuk
- Breuk waarbij het gesteente in tweeën wordt gebroken en één blok naar beneden schuift.
- Seismisch gat
- Een gebied waar al lang geen zware aardbeving is voorgekomen vergeleken met de omringende gebieden.
- Magma
- Heet, vloeibaar gesteente binnen in de aarde.
- Plooiingsgebergte
- Gebergte dat is ontstaan door plooiing van stukken van de aardkorst.
- Breukgebergte
- Gebergte dat ontstaat in een gebied met sterke breukactiviteit.
- Trog
- Diepe kloof onder in de zee, ontstaan door subductie van een oceanische plaat.
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–
–