2.3 De vier P's
Publiek
Woorden in deze lijst (29)
Origineel
- Huismerken
- Een winkel verkoopt producten onder de eigen naam.
- Immateriële kenmerken
- Eigenschappen die mensen aan een product toekennen, zoals ‘trendy’, ‘duurzaam’ of ‘gezond’.
- Kortingen
- Een product goedkoper aanbieden dan eerder.
- Kwaliteit
- De mate waarin het product aan de wensen van de klant voldoet.
- Marketinginstrumenten = de 4P’s
- Productbeleid, prijsbeleid, plaatsbeleid en promotiebeleid.
- Marketingmix
- Het samenspel van productbeleid, prijsbeleid, plaatsbeleid en promotiebeleid.
- Massacommunicatie
- Communicatie die zich op grote groepen richt.
- Materiële kenmerken
- Eigenschappen die je kunt waarnemen of meten, zoals vorm, kleur en gewicht.
- Offline verkopen
- Verkopen op een fysieke plaats, zoals een marktkraam, een foodtruck of een winkel.
- Online verkopen
- Verkopen via internet, bijvoorbeeld in een webshop.
- Paraplumerk
- Veel producten met dezelfde merknaam.
- Penetratiepolitiek
- Prijsstrategie waarbij een (nieuw) product eerst tegen een lage prijs wordt aangeboden en later in prijs stijgt.
- Persoonlijke communicatie
- Het directe, een-op-een contact van een bedrijf met een klant.
- Plaatsbeleid
- De plaats waar klanten toegang tot het product of de dienst hebben.
- Prijsbeleid
- De prijs die een bedrijf voor een product of dienst vraagt.
- Productbeleid
- Het product of de dienst die het bedrijf aanbiedt aan de klant.
- Promotiebeleid
- De manier waarop een bedrijf de aandacht van klanten trekt.
- Psychologische prijs
- Prijs die net iets onder een rond getal blijft en daardoor goedkoper aanvoelt, zoals € 5,99 in plaats van € 6,00.
- Reclame
- Communicatie gericht op het kopen van een product of dienst of het bewegen van mensen tot een bepaalde actie.
- Service
- Het voorlichten van klanten over het product of de dienst en het bieden van ondersteuning, zoals uitleg geven over hoe het product werkt.
- Sociale media
- Online platformen, waarop gebruikers berichten, video’s en foto’s delen met elkaar.
- Sponsoring
- Bedrijven betalen voor naamsbekendheid.
- A-merken
- Merken met een hogere prijs en een goede naam als het gaat om kwaliteit.
- Afroompolitiek
- Prijsstrategie waarbij een (nieuw) product eerst duur wordt aangeboden en later in prijs daalt.
- B-merken
- Merken met een lagere prijs en een minder goede naam als het gaat om kwaliteit
- Breed assortiment
- Aanbod dat bestaat uit allerlei uiteenlopende producten
- Diep assortiment
- Aanbod dat bestaat uit veel varianten van één product.
- Flagshipstore
- Een fysiek winkelpand waar klanten producten kunnen bekijken en ervaren, met de mogelijkheid de koop online af te ronden.
- Garantie
- Recht op een goed product dat gratis gerepareerd of vervangen wordt als het in de garantieperiode kapotgaat.